Door verslaggever Pauline Broekema

Ze is heel verrast nu ze hem in werkelijkheid ziet. Hij staat achter glas, in de vitrine in Museum Nieuw Land in Lelystad. Nora Schadee van het Museum Rotterdam kende de vrouwenkop alleen van foto's. Ze werden haar gemaild door Dick Velthuizen van het museum in Flevoland. De stenen kop is veel groter dan ze had gedacht. "Kijk", zegt ze, wijzend op een kleine donkere plek. "Dat is brandschade."

De vrouwenkop is één van de pronkstukken van het museum in Lelystad. Het staat in de vitrine met de belangrijkste voorwerpen uit de collectie: de Fortuna van Urk, gevonden bij werkzaamheden voor de aanleg van een afwateringssloot.

Het enorme brok steen werd als archeologische vondst geborgen en gekwalificeerd als een object van provinciaal-Romeinse makelij. Zo stond het jarenlang in het museum van Schokland tentoongesteld. Het bewijs van Romeinse bewoning in en rond Urk.

Twijfels

Maar er waren meteen al twijfels over Fortuna, deskundigen die het beeld niet uit de tweede eeuw na de jaartelling dateerden, maar zeventiende of achttiende eeuws.

De verwarring verdween toen zich een man meldde. Hij kende de kop maar al te goed. Zoals veel Urker jongetjes speelde ook hij in de jaren 40 geregeld in de haven. Daar meerden binnenvaartschepen af en stortten hun lading, tonnen puin uit Rotterdam. Dat werd gebruikt als materiaal voor de dijkenbouw in de Noordoostpolder. Het stuk dijk bij Creil dankt er zelfs zijn naam aan: de Rotterdammerhoek, bij schippers een berucht stuk IJsselmeer.

De jongen had met vriendjes de loodzware kop mee naar huis willen nemen. Ver kwam hij niet. Het ding was amper te tillen en werd achtergelaten in een akker.

Puinruimen

Het is geen beste steensoort vindt Nora Schadee, maar dat maakt haar enthousiasme er niet minder om. Ze gaat door de knieën, staat op haar tenen en is gefascineerd door de bovenkant die onafgewerkt is.

Na het bombardement van 14 mei 1940, waarbij de Duitsers de binnenstad van Rotterdam in puin legden, werd het ruimen met Rotterdamse voortvarendheid aangepakt. Een ruimploeg van twintigduizend man klaarde de klus in een half jaar.

Ze bikten stenen, bruikbaar materiaal voor de wederopbouw. Veel puin werd afgevoerd en ondermeer gebruikt voor het dempen van de Blaak en de Schie voor de verharding van wegen en landingsbanen en dus ook de dijk in de Noordoostpolder.

In depot

Met die ruimploeg ging ook een groep experts door dé puin, zoals het in Rotterdam heet. Kunsthistorici, die piketpaaltjes zetten bij brokstukken die bewaard moesten blijven, zoals de resten van het Burgerweeshuis, prachtige beelden, die nu opgeslagen liggen in het depot van het Museum Rotterdam.

Op meer dan tweehonderd pallets, loodzwaar materiaal, waaraan de historische grandeur van de Rotterdamse binnenstad is af te zien. Fortuna is dus over het hoofd gezien. Of als waardeloos terechtgekomen op een vrachtwagen met af te voeren puin.

Oude Stadhuis

Al heeft ze gewaarschuwd dat het weken zal duren, voordat de herkomst duidelijk is, Schadee speculeert bij de vitrine toch over de herkomst: Het gebouw van het gymnasium? De Delftse Poort is het niet. Het meest waarschijnlijk vindt ze het Oude Stadhuis, een wat krakkemikkig gebouw met pilaren.

In een bouwstijl als het gerechtsgebouw in Leeuwarden en het Stadhuis in Groningen. Het stond aan de Kaasmarkt en werd vaak alleen van de zijkant gefotografeerd en geschilderd. Dat zal het determineren moeilijker maken. "Het zou heel leuk zijn als het daar van afkomstig is", zegt Schadee.

Fortuna is het zeker niet. Nora Schadee denkt dat de kop van Lelystad een Rotterdamse stedenmaagd is. "Die zag je vaker afgebeeld."

Gemeentearchief

De komende weken zal er gezocht moeten worden in de fantastische collectie van het het gemeentearchief in Rotterdam. Bouwtekeningen en bestekken van het vroeg negentiende eeuwse gebouw moeten uitsluitsel geven. Mogelijk dat er zelfs nog rekeningen zijn van de maker van de vrouwenkop. De Fortuna van Lelystad die de stedenmaagd van Rotterdam werd.

STER reclame