'Spaceshuttle maakte belofte niet waar'

tijd van publicatie Aangepast

Door redacteur Lambert Teuwissen

"Na vier vluchten werd de shuttle al operationeel genoemd. Dat was een grote fout, omdat iedereen dacht dat dat routine betekende. Alsof je hem kon pakken, tanken en lanceren, en zo makkelijk was het nooit."

David Baker werkte decennialang voor NASA, vanaf het Gemini-programma in de jaren zestig tot en met het shuttletijdperk, en recentelijk publiceerde hij een boek over het ruimteveer. Volgens hem maakte het shuttleprogramma nooit zijn beloftes waar.

"Zelfs de Apollo-missies waren meer routine. Die borduurden voort op eerdere projecten, maar de shuttle was de eerste in zijn soort. Men kon het dus nergens mee vergelijken, het bleef nattevingerwerk. En iedereen onderschatte hoe moeilijk je kon vliegen met deze complexe machine."

1,2 miljoen procedures

Voor elke lancering, inclusief de laatste deze week, moeten er 1,2 miljoen procedures worden uitgevoerd. Er zijn 5000 onderdelen die bij een defect onmiddellijk tot de dood van de bemanning leiden. "En toch dacht NASA tot vlak voor de eerste vlucht dat ze er elke twee weken een zouden kunnen lanceren."

De wortels voor de problemen liggen volgens Baker in het gouden tijdperk van de ruimtevaart, de jaren zestig. Kennedy's belofte in 1961 om binnen tien jaar een mens op de maan te zetten, grensde aan het onverantwoorde, meent Baker.

"Kennedy had niks met ruimtevaart. Maar door de combinatie van Gagarin en de mislukte inval op Cuba moest hij indruk maken op de wereld. Ook omdat hij nog een nieuwe president was. Hij stak alle energie in het verslaan van de Russen."

'Bemande kogels'

NASA, opgericht in 1958, kon daardoor eigenlijk maar drie jaar aan een zorgvuldig opgesteld langetermijnplan werken. "Allerlei plannen gingen het raam uit. We wilden stapje voor stapje ervaring opdoen, zoals ook met vliegtuigen was gebeurd, maar veel testprogramma's werden geschrapt. Nu deden we alles met piepkleine capsules op militaire raketten, feitelijk bemande kogels."

De spaceshuttle kwam ook voort uit die mentaliteit. "Na de maanlandingen werd gesproken over enorme ruimtestations en nucleaire shuttles die heen en weer naar maanbases zouden pendelen. Het was bedwelmend", lacht Baker nu. "Achteraf kun je het zo goed fout zien gaan. Het is net de ochtend na het feestje."

Te ambitieus

Dat NASA te ambitieus was geweest in de verwachtingen voor het ruimteveer werd duidelijk toen de vluchten begonnen. Niet alleen was de shuttle minder handzaam dan gehoopt, er was ook minder vraag naar dan NASA had verwacht.

"Hij vloog maar een beetje rond, op zoek naar de juiste rol. Commerciƫle vluchten bleken veel te duur en toen Challenger explodeerde, viel dat helemaal weg. Pas toen het Internationale Ruimtestation er vanaf 1998 kwam, had de shuttle pas echt een bestemming."

Niet rouwig

Nu het shuttletijdperk ten einde komt, is Baker dan ook eigenlijk niet rouwig. "De spaceshuttle kostte eenderde van het jaarlijkse NASA-budget. Dat is idioot. Om zulke geavanceerde ruimtevaartuigen rendabel te maken moet je honderden vluchten maken en daar zijn we nog niet. We hebben iets beters nodig dan de Russische Sojoez, maar als ik nu zou moeten kiezen, zou ik de Sojoez houden."

"In de toekomst", stelt Baker, "moeten we beter kijken waar we een voertuig voor willen gebruiken en dan pas iets ontwerpen. En dan maakt het niet uit hoe high- of lowtech het is."

STER Reclame