Bezuinigingen kunst en cultuur: een overzicht

Aangepast

Op het Spui in het centrum van Den Haag zijn afgelopen nacht honderden deelnemers aan de Mars der Beschaving aangekomen. Ze waren gisteravond om 20.00 uur uit Rotterdam vertrokken. Sinds het kabinet Rutte heeft aangekondigd om fors op cultuur te gaan bezuinigen, is er vrijwel constant tegen geprotesteerd. In totaal zal het gaan om een bezuiniging van zo'n 332 miljoen euro. Waar bestaan deze bezuinigingen uit?

Cultuursubsidies

Het kabinet wil tot en met 2015 zo'n 200 miljoen euro bezuinigen op langjarige subsidies op kunst en cultuurfondsen. De uitgaven aan het beheer en behoud van cultureel erfgoed, bibliotheken en het Nationaal Archief worden hier zoveel mogelijk bij ontzien. De bezuiniging zal waarschijnlijk vooral voor de rekening komen van de kunstbegroting, die gehalveerd zal worden. Verder is het kabinet onder andere van plan de cultuurkaart af te schaffen, en wil het bepaalde fondsen samenvoegen.

Verhoging BTW-tafief

Hoewel de verhoging al eerder gepland was, wordt vanaf 1 juli de BTW voor cultuurproducten definitief verhoogd van 6 procent naar 19 procent. Dit zal er onder andere toe leiden dat tickets voor concerten, festivals, theaters enzovoorts een stuk duurder worden. Het kabinet verwacht hiermee 90 miljoen euro op te halen.

Afschaffing WWIK

De Wet Werk en Inkomen Kunstenaars (WWIK) is een voorziening om beginnende kunstenaars op weg te helpen. Het is een uitkering die hooguit vier jaar duurt, en maximaal 70 procent van een bijstandsuitkering bedraagt. De uitkeringstrekker heeft geen sollicitatieplicht zoals bij de bijstand, maar is wel verplicht om ieder jaar steeds meer te verdienen met zijn creatieve werk. Door de WWIK af te schaffen denk het kabinet 10 miljoen euro te besparen. Stichting Cultuur en Ondernemen beweert echter dat hier tegenover staat dat veel kunstenaars in de bijstand terecht zullen komen, wat volgens hun berekeningen 22,5 miljoen euro gaat kosten. Staatssecretaris De Krom heeft in reactie hierop gesteld dat de afschaffing van de WWIK meer een principiƫle keuze is dan een financiƫle.

Opheffing Muziekcentrum voor de Omroep

Het Muziekcentrum voor de Omroep (MCO) is een overkoepelende organisatie van alle muziekgezelschappen van de publieke omroep. Hieronder vallen het Radio Filharmonisch Orkest, de Radio Kamer Filharmonie, het Metropole Orkest en het Groot Omroepkoor. Het kabinet was oorspronkelijk van plan om de jaarlijkse subsidie van 31 miljoen aan het MCO geheel op te heffen. Minister van Bijsterveld liet in december echter weten nog een reserve te hebben van 12 tot 14 miljoen euro waarmee het MCO gesteund kan worden. Het MCO vindt dit overigens nog steeds onacceptabel, en strijdt voor een alternatieve bezuiniging, waarbij alle orkesten gespaard blijven.

Regeling Cultureel Beleggen

Tot nu toe konden beleggers in culturele fondsen op bepaalde belastingvoordelen rekenen. Deze regeling wordt nu ingetrokken, wat een besparing van 5 miljoen euro op moet leveren.

Regionale Historische Centra

Een Regionaal Historisch Centrum is een cultuurhistorische instelling die historische bronnen beheert en beschikbaar stelt voor onderzoek. De financiering voor deze centra wordt overgeheveld naar de provincies, maar er wordt eerst nog 25 procent op bezuinigd, wat op een besparing van 10 miljoen euro moet uitkomen.

Door: Marc