EPA
NOS NieuwsAangepast

Nobelprijs voor Vrede naar voorvechters mensenrechten Belarus, Oekraïne, en Rusland

De Nobelprijs voor de Vrede wordt dit jaar gedeeld door de Belarussische mensenrechtenactivist Ales Bialiatski en organisaties uit Oekraïne en Rusland. Het zijn de Russische mensenrechtenorganisatie Memorial en de Oekraïense organisatie Center for Civil Liberties. De bekendmaking was in Oslo door het Noorse Nobelprijscomité.

Voorzitter Berit Reiss-Andersen noemde de winnaars "drie geweldige kampioenen op het gebied van mensenrechten, democratie en vreedzaam samenleven in de buurlanden Belarus, Oekraïne en Rusland".

In de straten van Kiev werd blij gereageerd op de uitreiking:

Oekraïense reacties op Nobelprijs: ‘We blijven vechten voor goede naam van Oekraïne’

Bialiatski werd bekend door zijn werk voor het mensenrechtencentrum Viasna, dat hij in 1996 oprichtte. Het centrum steunt politieke gevangenen in Belarus. Het wordt beschouwd als belangrijkste organisatie voor de mensenrechten in de voormalige Sovjetstaat, die nauwe banden onderhoudt met Rusland.

Bialiatski zit sinds ruim een jaar gevangen. Officieel zit hij vast voor belastingontduiking, maar algemeen wordt aangenomen dat er politieke redenen waren om hem op te pakken. Belarus is een autocratisch geregeerd land, waar dictator Aleksandr Loekasjenko sinds 1994 aan de leiding staat.

In 2020 won Bialiatski een zogeheten Right Livelihood Award, een onderscheiding die ook wel een alternatieve Nobelprijs wordt genoemd.

Bekijk hier de bekendmaking door het Noorse Nobelprijscomité:

Eén persoon en twee organisaties krijgen samen Nobelprijs voor de Vrede

Memorial is de oudste en meest gerespecteerde mensenrechtenorganisatie van Rusland. De bekende dissident Andrej Sacharov, die zelf in 1975 de Nobelprijs won, was in de tweede helft van de jaren 80 een van de oprichters.

De organisatie rapporteert over schendingen van de mensenrechten. Ook onderzoekt Memorial misdaden in de voormalige Sovjet-Unie, onder meer in de tijd van dictator Stalin, die het land van 1922 tot 1953 met harde hand regeerde. Medewerkers helpen familieleden van vervolgden om toegang te krijgen tot de dossiers.

Eind vorig jaar werd Memorial door het Russische hooggerechtshof verboden. De organisatie zou de regels voor 'buitenlandse agenten' hebben overtreden. Internationaal was er veel verontwaardiging over dat verbod. Memorial stond voor het tot een verbod kwam al jaren onder verscherpt toezicht van de autoriteiten.

Center for Civil Liberties

Het Center for Civil Liberties is een in de Oekraïense hoofdstad Kiev gevestigde organisatie, opgericht in 2007. Doel ervan is de bevordering van mensenrechten en democratie in Oekraïne.

Volgens het Nobelprijscomité heeft het centrum de autoriteiten onder druk gezet om van Oekraïne een volwaardige democratie te maken. De organisatie helpt ook bij het documenteren van Russische oorlogsmisdaden tegen burgers in Oekraïne. "In samenwerking met internationale partners vervult het centrum een pioniersfunctie bij het aanspreken van schuldigen op hun misdaden."

De drie winnaars delen het prijzengeld van omgerekend 919.000 euro.

Vorig jaar

Het is het tweede achtereenvolgende jaar dat het comité met de prijs aandacht vraagt voor de situatie van de mensenrechten in de voormalige Sovjet-Unie. Vorig jaar werd de Nobelprijs voor de Vrede gedeeld door twee journalisten: de Rus Dmitri Moeratov en de Filipijnse Maria Ressa. Ze werden onderscheiden omdat ze zich in eigen land hebben ingezet voor de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid. Zowel in Rusland als de Filipijnen staan die vrijheden ernstig onder druk.

Moeratov, oprichter en oud-hoofdredacteur van de krant Novaya Gazeta, liet in juni van dit jaar de medaille veilen die bij de prijs hoort. Tot verbazing van iedereen werd er uiteindelijk meer dan 103 miljoen dollar voor geboden.

Eerder deze week werden de Nobelprijzen voor Geneeskunde, Natuurkunde, Scheikunde en Literatuur al toegekend. Maandag volgt nog de prijs voor Economie.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl