1. Ga naar het menu
  2. Ga naar de inhoud
NOS
NOS Nieuws

Veel hulp voor Oekraïne, maar elders moet op noodhulp bezuinigd worden

  • Elles van Gelder

    correspondent Afrika

  • Elles van Gelder

    correspondent Afrika

Hulporganisaties moeten steeds meer bezuinigen op voedselverstrekking. Door de coronapandemie, de oorlog in Oekraïne en stijgende voedsel- en brandstofprijzen, zijn hulpbudgetten steeds vaker ontoereikend.

In het vluchtelingenkamp Dzaleka in Malawi komen iedere dag nog nieuwe vluchtelingen aan. Sinds het geweld van rebellengroepen in het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC) de afgelopen maanden weer is opgelaaid, trekken mensen de grenzen over. Vooral naar buurland Uganda, maar ook helemaal naar Malawi.

Een van hen is Sifa Zamda van 22 jaar. Ze is net aangekomen en zit alleen voor een witte hulptent. 's Nachts kwamen rebellen naar haar huis, op zoek naar haar vader, vertelt de jonge vrouw. "Mijn vader was niet thuis en mijn moeder maande me om me te verstoppen. Ze kwamen binnen en staken mijn moeder met een mes dood."

Sifa vluchtte weg. Eerst naar Tanzania. Een kerkgenootschap zorgde uiteindelijk voor vervoer naar Malawi. Ze ging daarheen omdat ze gehoord had dat daar een kamp was en dat het in Malawi veilig is.

We krijgen afwijzing na afwijzing

Functionaris van het Wereldvoedselprogramma in Malawi

Ze weet niet wie van haar familie nog leeft. Ze nam ook niets mee op haar vlucht en is afhankelijk van voedselhulp. Die wordt hier gegeven door het Wereldvoedselprogramma, maar de vraag is hoe lang ze die nog krijgt. "We krijgen afwijzing na afwijzing om dit project te financieren", zegt Badr Bahaji, die voor het Wereldvoedselprogramma in Malawi werkt.

Het conflict in de Democratische Republiek Congo en de daarbij behorende vluchtelingenstroom werd eerder dit jaar door de Noorse hulporganisatie Norwegian Refugee Council (NRC) voor het tweede jaar op rij uitgeroepen tot de meest vergeten crisis van het jaar. Want hoewel miljoenen Congolezen in en buiten eigen land op de vlucht zijn, komt er niet genoeg hulp.

"We zijn geen prioriteit", voelt ook Bahaji. De ellende begon al tijdens de coronapandemie. Die leidde ertoe dat er minder donorgeld binnenkwam en het programma met moeite het hoofd boven water hield. Sinds de oorlog in Oekraïne is het nog moeilijker geworden. Die slokt volgens Bahaji geld en aandacht op. "We zijn echt in crisismodus." Hij zegt dat in september de 'pijplijn breekt'. "Dan is het geld op."

Hoe de oorlog in Oekraïne invloed heeft op de noodhulp in Malawi

En met het donorgeld dat er wel is, kunnen hulporganisaties ook nog eens minder doen. Brandstof is duurder geworden en daardoor zijn ook de kosten van transport gestegen. Bovendien zet de stijging van de voedselprijzen door, en ook dat hakt er hard in.

Om de hulp te rekken, bezuinigen ze hier. De vluchtelingen krijgen geen zak eten maar geld om zelf voedsel te kopen. Hulporganisaties doen dat steeds vaker zodat vluchtelingen zelf kunnen bepalen wat ze eten en om de lokale markt te stimuleren. Dat budget is nu met een kwart gekort. Omgerekend krijgen mensen zeven dollar per persoon per maand. Daar redden ze het nu zo'n vijftien dagen mee.

Andere landen

Hetzelfde scenario voltrekt zich in veel andere landen, die ook worstelen om hulp te kunnen blijven geven. Uganda bijvoorbeeld, waarschuwde gisteren dat het sinds het begin van het jaar 48.000 nieuwe vluchtelingen heeft ontvangen uit de DRC en Zuid-Soedan en dat er onvoldoende middelen zijn om voor al die mensen te zorgen. Ook daar zijn de porties al kleiner gemaakt.

Uganda heeft maar acht procent van het nodige noodhulpbudget binnen. "We krijgen simpelweg geen geld", zegt Joel Boutroue, vertegenwoordiger van de VN-vluchtelingenorganisatie in Uganda.

Brute keuzes

Het Wereldvoedselprogramma waarschuwde eerder dat er harde keuzes gemaakt moeten worden, en er voedsel van de hongerigen afgepakt moet worden om de uitgehongerden te kunnen voeden. Zo dreigt er onder meer hongersnood in Somalië, in de hoorn van Afrika. Op die plek is volgens een online overzicht van de VN 28 procent van de gevraagde hulp binnen.

"Daar zijn de noden dus ook heel hoog, net zoals op veel andere plekken", zegt Bahaji. "En dan kan het dus best zijn dat we een jonge vrouw als Sifa hier in dit kamp in Malawi straks niets meer kunnen bieden."

Dat is zuur, erkent hij. Vooral als hij ziet dat er veel geld naar de oorlog in Oekraïne gaat. "De vrijgevigheid van de mensen in Europa voor Oekraïne is inspirerend, maar mensen hier in Malawi zijn ook gevlucht, zijn hun huis en familie verloren."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl