AFP
NOS Nieuws

Voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright overleden

De voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright is vanochtend overleden aan de gevolgen van kanker. Haar familie meldt dat ze overleed in het bijzijn van familie en vrienden. Ze was 84 jaar.

De Democraat Albright was van 1997 tot 2001 minister van Buitenlandse Zaken onder president Clinton. Ze was de eerste vrouwelijke minister van Buitenlandse Zaken van de VS.

  • AFP
    De Amerikaanse president Clinton en vicepresident Gore feliciteren Albright bij haar benoeming tot minister in 1997
  • AFP
    Albright op bezoek bij de Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela (1997)
  • AFP
    Albright wordt in 1997 op het Binnenhof warm onthaald door premier Wim Kok

Albright werd geboren als Maria Jana Korbelová in een Joods-Tsjechisch gezin in Praag. Haar vader was diplomaat. In 1939 week het gezin vanwege de Duitse bezetting van Tsjechoslowakije uit naar Londen.

In 1941 bekeerden haar ouders zich tot het rooms-katholicisme. Madeleine groeide op als een katholiek meisje, en hoorde nooit van haar ouders dat ze van oorsprong Joods was. Ze ontdekte dat pas in 1997, 59 jaar oud, toen ze al minister van Buitenlandse Zaken was. Daardoor kwam ze er ook achter dat 26 familieleden, onder wie drie van haar grootouders, waren vermoord in de Holocaust.

In 1948 vertrokken de Korbels naar de VS, waar ze in 1957 de Amerikaanse nationaliteit kreeg.

Ze ging naar het prestigieuze en conservatieve Wellesley College voor meisjes bij Boston, waar ze zonder van haar Joodse afkomst te weten in een Joods vriendinnengroep terecht kwam. Haar beste vriendin was Emily Cohen, later een prominente journaliste en China-deskundige.

Een van haar vriendinnen van destijds vertelde later dat ze niet waren als de andere meisjes. Ze praatten over literatuur, politiek en over wat ze wilden met het leven, terwijl andere meisjes praatten over kapsels en uitgaan. Albright was ook al sinds haar achttiende politiek actief voor de Democratische Partij.

Ook werkte ze al jong als journalist voor de Denver Post, waar ze haar man Joseph Albright ontmoette, een telg uit een familie van krantenmagnaten, met wie ze drie dochters kreeg. Het verhinderde haar niet carrière te maken.

Reagan

In 1975 promoveerde ze op een dissertatie over de Praagse Lente, de korte periode van democratisering in haar geboorteland in 1968, die werd neergeslagen door troepen van het Warschau Pact. Daarna werd ze actief in het Amerikaanse Congres. Haar voormalige hoogleraar Brzezinzki, die door president Carter was benoemd tot nationaal veiligheidsadviseur, koos haar als zijn vertegenwoordiger in het Congres.

Toen de Republikein Ronald Reagan werd gekozen tot president, stapte ze over op een wetenschappelijke carrière. Ze bleef actief voor de Democratische Partij als adviseur op het gebied van de Buitenlandse politiek.

VN-ambassadeur

Nadat Bill Clinton in 1993 was gekozen tot president benoemde hij Albright tot de Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties. Als ambassadeur maakte ze zich hard voor de uitbreiding van de NAVO met Oost-Europese landen, die in 1998 tot stand kwam, en voor militair ingrijpen waarmee in 1995 de Bosnië-oorlog werd beëindigd.

Toen Clinton werd herkozen promoveerde hij haar tot minister van Buitenlandse Zaken, waarmee ze de hoogstgeplaatste vrouw in de Amerikaanse regering tot dan toe werd.

Slang en heks

Ze droeg altijd een broche waarmee ze een politieke boodschap verbeeldde. Zo droeg ze een gouden slang nadat de Iraakse dictator Saddam Hussein haar 'slang' had genoemd, en een miniatuurbezem nadat ze 'heks' was genoemd.

Met het Irak van Saddam Hussein kwam het bijna tot oorlog. Ze dreigde met militair ingrijpen omdat de dictator weigerde VN-inspecteurs toe te laten op plaatsen waar mogelijk chemische en biologische wapens lagen opgeslagen. Pas toen Albright in het openbaar met oorlog had gedreigd, gaf Saddam toe.

Tot echt militair ingrijpen kwam het een jaar later, toen de NAVO met actieve steun van Albright overging tot bombardementen om Servië te dwingen afstand te doen van Kosovo.

Ze werd gezien als een capabele minister en een "pragmatische idealist", zoals ze zichzelf noemde, maar memorabele wapenfeiten bleven uit, alleen al doordat ze minister was in een achteraf opvallend rustige tussenfase in de Amerikaanse buitenlandse politiek. De Koude Oorlog was achter de rug en 9/11 moest nog komen.

Trump en Poetin

In haar laatste jaren bleef ze zich actief bemoeien met de politiek. Zo uitte ze meermalen kritiek op president Trump, die ze de meest ondemocratische president uit de Amerikaanse geschiedenis noemde.

Vorige maand nog, een dag voor de Russische invasie, schreef ze een opiniestuk in de New York Times, waarin ze waarschuwde dat president Poetin een historische vergissing zou begaan als hij Oekraïne binnenviel. Volgens haar zou dat leiden tot "verwoestende kosten" voor Rusland zelf.

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl