Een landingsbaan op Fuaʻamotu International Airport, bedolven onder de as AFP

De eerste buitenlandse noodhulp heeft het door natuurgeweld getroffen Tonga bereikt. Australië en Nieuw-Zeeland stuurden beiden militaire transportvliegtuigen met hulpmiddelen. Dat van Nieuw-Zeeland is inmiddels geland.

Noodhulp uit het buitenland was eerder nog niet mogelijk. Door een vulkaanuitbarsting was de belangrijkste luchthaven bedekt met een laag as, waardoor vliegtuigen niet konden landen. Inmiddels zijn de landingsbanen schoongeveegd, met hulp van de lokale bevolking.

Vanuit Tonga hebben beelden van schade inmiddels de rest van de wereld bereikt. Die werden maandag en dinsdag gemaakt:

Nieuwe beelden van schade Tonga door natuurgeweld

Australië heeft een miljoen Australische dollar (ruim een half miljoen euro) vrijgemaakt voor de noodhulp. Het land stuurt, Nieuw-Zeeland, onder meer water en communicatieapparatuur. De twee landen sturen ook schepen die naar verwachting vrijdag in de Tongaanse wateren aankomen.

Communicatie langzaam hersteld

Communicatie met Tonga was na de ramp dagenlang onmogelijk omdat de enige onderzeese glasvezelkabel naar de eilandengroep beschadigd was geraakt. Dat was het gevolg van een tsunami, op gang gebracht door de uitbarsting. Inmiddels is telefoonverkeer weer mogelijk.

Ook is er sinds gisteren weer wat internetverkeer mogelijk. Naar verwachting duurt het nog ruim een maand voordat de internetverbinding volledig is hersteld. Ondertussen bestaan onder de bevolking zorgen dat er straks niet meer genoeg schoon drinkwater voor handen is omdat de as in drinkwaterbronnen terechtgekomen is.

De Verenigde Naties schatten dat ruim 80 procent van de bevolking op een of andere manier is getroffen door het natuurgeweld. Dat komt neer op ongeveer 84.000 inwoners.

STER reclame