Oprichter van mensenrechtenorganisatie ANHRI, Gamal Eid, in zijn kantoor in Cairo AP

In Egypte heeft het Arabic Network for Human Rights Information (ANHRI) zichzelf opgeheven. Aanleiding zijn intimidaties tegen de organisatie en zorgen om de veiligheid van de medewerkers. ANHRI was een van de laatste onafhankelijke mensenrechtenorganisaties in het land.

Achttien jaar lang deed de organisatie in Egypte onderzoek naar onder meer de persvrijheid in het land en de situatie van gevangenen. "Ze brengen een beeld naar buiten wat de Egyptische overheid liever niet ziet", zegt journalist Joost Scheffers vanuit Egypte in het NOS Radio 1 Journaal.

In Egypte krijgen mensenrechtenactivisten met geweld en intimidatie te maken. Zo werd de oprichter van ANHRI, Gamal Eid, op straat in elkaar geslagen en zit de advocaat van de organisatie al ruim een jaar vast.

Ook mogen medewerkers het land niet verlaten, waardoor het moeilijker is om hun zichtbaarheid in het buitenland te vergroten. Ook lopen ze daarmee belangrijke inkomsten mis.

Internationale druk

Volgens Scheffers wil president Sisi het imago van het land oppoetsen en is het goed nieuws voor de autoriteiten dat de organisatie zelf heeft besloten het werk neer te leggen. "Als Egypte de stekker eruit had getrokken, hadden ze kunnen rekenen op een storm van internationale kritiek", zegt de journalist. "Internationaal gezien is er wel druk op Egypte om de mensenrechtensituatie te verbeteren, maar meestal is die druk zonder slagkracht."

De situatie is wel wat veranderd sinds Biden president van de VS is. Jaarlijks ontvangt Egypte 1,3 miljard dollar aan militaire steun vanuit de VS, wat het land hard nodig heeft. Afgelopen september besloot Biden een deel van dat bedrag in te houden vanwege de mensenrechtensituatie.

"Daarna heeft Egypte een hele rits aan prominente activisten, journalisten en advocaten vrijgelaten", zegt Scheffers. Toch stemt de huidige situatie weinig hoopvol. "De repressie gaat onverminderd hard door."

STER reclame