Een leeg bordes bij paleis Noordeinde ANP
Coalitieakkoord

Het is dezer dagen het favoriete gezelschapsspel in Den Haag: gissen naar de aanstaande ministers en staatssecretarissen. Er circuleren namen en zelfs complete (schijnbaar moeilijk van authentiek te onderscheiden) documenten, maar het echte lijstje is nog in de maak.

Voor de samenstelling van zo'n lijstje zijn heel wat stappen nodig. Eerst moeten de posten worden verdeeld tussen de partijen; welke partij krijgt welk ministerie? "Dat bepaalt het eerste deel van de puzzel", zegt oud-CDA-spindoctor Jack de Vries. Partijen weten welke departementen belangrijk voor ze zijn en waarmee ze zich kunnen profileren. "Bij het CDA is dat bijvoorbeeld iets met veiligheid en economie, want daarop kan je concurreren met de VVD."

Over de verdeling van de departementen wordt onderhandeld in de laatste fase van de formatiebesprekingen. Daarbij gaat het soms ook al over de poppetjes, zegt oud-VVD-minister Uri Rosenthal. "Het is een kip-en-ei-kwestie", aldus Rosenthal, die in 2010 informateur was. "Wanneer je een post claimt, heb je een sterker verhaal als je er meteen een mooie kandidaat bij kan noemen."

Sociaal-economische vierhoek

Bij de portefeuilleverdeling moet rekening gehouden worden met bepaalde kaders. Dit keer zijn er twintig ministers en negen staatssecretarissen - iets meer dan in het huidige kabinet - en de numerieke verdeling is al bepaald in de onderhandelingen. De VVD mag acht ministers leveren, D66 zes, het CDA vier en de ChristenUnie twee. Bij de staatssecretarissen is het respectievelijk drie, drie, twee en een.

Verder is het goed gebruik dat de sociaal-economische vierhoek bestaande uit Algemene Zaken (de premier), Financiën, Economische Zaken en Sociale Zaken zoveel mogelijk wordt gespreid over de partijen. Waarbij in de regel het premierschap naar de grootste partij gaat en Financiën naar de tweede partij. Verder is de ongeschreven regel dat Buitenlandse Zaken en Defensie niet naar dezelfde partij gaan.

De partijen bepalen vervolgens zelf wie hun posten krijgen. Oud-partijleider van D66 Alexander Pechtold had zijn lijst met geschikte kandidaten altijd al lang voor de formatie in zijn hoofd. "Maar dan waren er toch ook nog mensen die mij rond het einde van de formatie belden, zogenaamd toevallig, om eens koffie te drinken. Tsja, dan ben je echt te laat."

Pechtold, zelf minister geweest, streefde naar een mix van echte "partijtijgers" en mensen van buiten. "Je wil voor het tegenwicht ook mensen die juist nooit tijd hebben om te flyeren voor de partij of amendementen in te dienen op congressen. Voor de frisse blik." Het komt dan ook voor dat bewindspersonen zich op het laatste moment aansluiten bij een partij. Vier jaar geleden moest aanstaand staatssecretaris Menno Snel bijvoorbeeld nog een lidmaatschapskaart van D66 aanvragen.

Naast de juiste politieke kleur is de juiste motivatie heel belangrijk, vindt Rosenthal. Hij somt redenen op waarom mensen het niet moeten willen. "Niet om bekende Nederlander te worden. Niet vanwege de auto met chauffeur. Niet omdat ze alleen successen voor ogen hebben en net als Sigrid Kaag op tafel willen dansen. Maar wel omdat ze per se de publieke zaak willen dienen."

Wachtgeldtrekker/plucheplakker

Beoogd ministers en staatssecretarissen moeten ervan doordrongen zijn dat de carrièrestap negatieve gevolgen kan hebben, zegt Rosenthal. "Bedreigingen horen er tegenwoordig bij. Misschien kun je daar zelf tegen, maar doe je het je partner en kinderen aan?"

Ook zonder bedreigingen kan het behoorlijk hard zijn, bijvoorbeeld door alle (sociale) media-aandacht. Of in de woorden van Pechtold: "Je wordt al kapotgemaakt nog voor je bent begonnen. Daarbij, als je te kort blijft, ben je een wachtgeldtrekker. Te lang, dan ben je weer een plucheplakker."

Volgens de oud-D66-leider leidt dit ertoe dat steeds minder "mensen met echte kwaliteiten" er zin in hebben. "Je hoeft maar één keer op Twitter te kijken om te denken: daar heb ik geen behoefte aan."

Soms heb je een onwillige Kamer, die moet je dan toch kunnen meekrijgen.

Oud-minister Rosenthal (VVD)

Wat betreft vakinhoudelijke kennis is enige affiniteit met je portefeuille genoeg, vinden de drie. Een onderwijsminister hoeft er dus geen hele carrière op te hebben zitten in het onderwijs. Maar er is wel een minimum aan kennis vereist, benadrukt Pechtold. "Op Justitie zet je wel een jurist en op Buitenlandse Zaken iemand die zijn talen spreekt."

Het is sowieso een pre voor een bewindspersoon om de gave van het woord te hebben; debatteren is immers een van de kerntaken. "Soms heb je een onwillige Kamer, die moet je dan toch kunnen meekrijgen", zegt Rosenthal. Verder is het handig als iemand de Haagse mores kent, zegt De Vries, die zelf na een lange staat van dienst binnen het CDA staatssecretaris werd. "Den Haag zit wel echt anders in elkaar dan bijvoorbeeld het bedrijfsleven."

Een aantal voorwaarden en gewenste eigenschappen dus, maar dan ben je er nog niet. Want de poppetjespuzzel heeft nog een paar complicerende factoren. Zo wordt er steeds meer gelet op de man-vrouwverhouding in het kabinet. Volgens formateur Rutte zijn daar geen keiharde afspraken over gemaakt. "Maar je wil dat het wel wat diverser wordt dan het vorige kabinet."

We zoeken nog een katholieke vrouw, wie hebben we?

Formateur Jan Peter Balkenende tegen Jack de Vries

Daarbij hanteren partijen zelf ook nog criteria, bijvoorbeeld regionale spreiding en bij het CDA een verdeling van katholieken en protestanten. De Vries: "Ik weet nog dat Jan Peter Balkenende tegen mij zei tijdens de formatie van zijn vierde kabinet: 'we zoeken nog een katholieke vrouw, wie hebben we?' Toen werd Ank Bijleveld staatssecretaris."

Screening, op gesprek en aan de slag

Als de mensen zijn gevonden, ja hebben gezegd en de definitieve lijstjes zijn ingeleverd door de partijen, volgt de screening door de AIVD. De veiligheidsdienst kijkt alleen of een kandidaat-bewindspersoon in de systemen voorkomt. De AIVD doet geen actief onderzoek en geeft geen advies. Verder wordt gekeken in het justitieel documentatieregister en het fiscale dossier van de kandidaat bij de Belastingdienst.

Daarna volgen de sollicitatiegesprekken waarin de formateur vraagt naar mogelijke lijken in de kast. Ook zakelijke en financiële belangen, zoals aandelen of functies in een onderneming, komen daar aan de orde. Als er een schijn van belangenverstrengeling is, moet de beoogde bewindspersoon die belangen 'op afstand zetten' bijvoorbeeld door aandelen te verkopen of een (neven)functie op te zeggen.

Formateur Rutte begint maandag met deze gesprekken, hij verwacht er vier dagen over te doen. Komende zondag worden er namen van kandidaat-bewindspersonen bekendgemaakt. Het is nog onduidelijk of alle namen in een keer naar buiten komen of dat alleen de namen worden vrijgegeven van de mensen die de volgende dag op gesprek komen.

Als de gesprekken erop zitten, en er geen lijken uit de kast gevallen zijn, dan pas is het gepuzzel met de poppetjes klaar en kunnen de ministers met de koning op het bordes gaan staan. Zoals het er nu naar uitziet, zal dat ergens midden januari zijn.

STER reclame