Nieuwsuur

Dat Max Verstappen zondag, bij de beslissende finale van de Formule 1, op poleposition start, zal mensen die geen fan zijn weinig interesseren. Toch hebben ook niet-fans baat bij het racen. Want veel technieken die gebruikt worden in de Formule 1, vinden we terug in doodgewone middenklassers.

De techniek in raceauto's is er natuurlijk op gericht zo snel mogelijk de eindstreep te halen. Tegelijk is de racerij altijd een proeftuin geweest voor gewone auto's, zegt Ernest Knoors, voormalig F1-motoringenieur bij BMW en Ferrari. "Neem nou de achteruitkijkspiegel. Die hadden de eerste auto's niet. Toen men aan het begin van de 20e eeuw in Minneapolis begon met racen, wilde ze zien hoe de rijders achterop reden. Die spiegels zijn in de racewereld standaard geworden en later in de massaproductie voor gewone auto's toegepast."

Dat geldt ook voor de schakeltechniek in de moderne sturen en voor de lichte materialen die in auto's worden toegepast, laat Knoors zien:

'Deze materialen zie je tegenwoordig in elke straatauto'

Dat racewagens een gigantische ontwikkeling hebben doorgemaakt, zie je aan de auto van Carel Godin de Beaufort. Deze jonkheer was in de jaren 50 de eerste Nederlander die punten haalde in de F1. De twee meter lange man "dronk en at benzine", volgens Ronald Kooyman van het Louwman Museum in Den Haag. Dat museum heeft de Porsche 718 in bezit waarmee Godin de Beaufort in 1962 op Zandvoort de zesde plaatse haalde.

Aan de eenvoudige techniek van de wagen is te zien hoe de racesport zich in de laatste vijftig jaar heeft ontwikkeld. De auto van de jonkheer had zo'n 150 pk, de wagen waarmee Max Verstappen rijdt, ronkt met minstens 1000 pk. En de racesport was destijds volgens Kooyman een gentleman sport. "Hij moest het allemaal zelf betalen."

Vooral de veiligheid is sindsdien met sprongen vooruit gegaan. Godin de Beaufort overleefde zijn passie niet en stierf op 2 augustus 1964 op de Nürburgring bij de training voor de Grand Prix van Duitsland.

'Minder sensatie' door moderne motoren

Ook wat betreft duurzaamheid hebben Formule 1-wagens stappen gezet, zegt Knoors. "Ze gaan met de tijd mee en zijn daarom intussen hybride." De raceauto's hebben bovendien een hoger rendement dan gewone auto's. Ze halen relatief veel vermogen uit de benzine die ze verbruiken.

Maar: F1-auto's blijven voorlopig een hoop vervuilende brandstof verbruiken. Knoors verwacht niet dat de Formule 1 helemaal elektrisch zal worden. Wel voorspelt hij grote ontwikkelingen in het type brandstof. "We gaan weg van brandstoffen die op aardolie zijn gebaseerd. De motoren krijgen groene brandstoffen, e-fuels." Dat zijn synthetische brandstoffen gemaakt met waterstof of CO2 uit de lucht. "Die nieuwe brandstoffen zullen ook buiten het racecircuit worden toegepast."

Toch pakken de technische ontwikkelingen in de F1 niet alleen maar positief uit, vindt Knoors. De wagens maken, mede door de hybride motoren, veel minder geluid dan vroeger. "Een auto moet snel zijn en een hoop geluid maken. Dat hoort gewoon bij de sensatie van de Formule 1. Bij de oudere wagens beweegt het al je zintuigen. Ze zijn nu een stuk stiller, helaas."

STER reclame