Nieuwe stap tegen misbruik in RK-Kerk

Aangepast op

Door correspondent Andrea Vreede in Rome

Vanaf nu zijn de bisschoppen weer aan zet. Vandaag stuurt de Congregatie voor de Geloofsleer, de afdeling van het Vaticaan die over misbruikgevallen gaat, een brief aan alle bisschoppen over de hele wereld. Daarin staat de opdracht om zelf richtlijnen op te stellen hoe het seksueel misbruik binnen hun gebied aan te pakken.

Het gaat daarbij om de praktische invulling van de richtlijnen die het Vaticaan vorig jaar juli, onder druk van de wereldwijde publieke verontwaardiging, op de eigen website heeft gepubliceerd. Want, zo licht woordvoerder Federico Lombardi toe, de bisschoppen zijn en blijven eindverantwoordelijk. Zij moeten nu een plan van aanpak verzinnen dat past bij de maatschappelijke werkelijkheid waarin ze zich bevinden. En die is in veel landen zeer verschillend.

Natuurlijk mogen ze zich laten bijstaan of adviseren door onafhankelijke onderzoekscommissies, zoals op verschillende plekken al gebeurt, maar zij zijn degenen die uiteindelijk actie moeten ondernemen. Hoe ze dat willen doen, moet dus nu op papier gezet worden. Opmerkelijk is dat de bisschoppen hier naar kerkelijke begrippen maar weinig tijd voor krijgen. Vóór 31 mei 2012 moeten hun eigen richtlijnen klaar zijn.

Nadruk op privacy

In dat plan van aanpak komen de inmiddels bekende punten aan de orde. Hulp en opvang van slachtoffers en hun familieleden. Een betere vorming en begeleiding van priesterstudenten en priesters. Meer informatievoorziening ook naar geestelijken over wat seksueel misbruik van minderjarigen kan aanrichten. Om zo meer bewustwording te creëren en signalen van mogelijk misbruik in een vroeg stadium op te pikken.

En niet te vergeten het belangrijkste punt in de ogen van de publieke opinie: de samenwerking met de lokale autoriteiten. In de brief staat dat die samenwerking belangrijk is en dient te gebeuren volgens de lokale wetgeving op het gebied van seksueel misbruik. Maar of priesters of geestelijken bij wie sterke verdenking van misbruik bestaat ook moeten worden aangegeven bij justitie blijft vaag.

Het zijn de bisschoppen die aanklachten moeten onderzoeken en die moeten bepalen welke vorm de samenwerking met justitie moet krijgen. Opvallend is de herhaalde nadruk in de brief op het beschermen van de privacy van alle betrokkenen: beschuldigde en slachtoffers. Want nog meer gevallen in de openbaarheid is niet iets waar men in Rome op zit te wachten.

Vaticaan houdt regie

De bewegingsvrijheid van de bisschoppen kent ook grenzen. Mochten ze in een bepaald land besluiten dat ieder geval van misbruik sowieso bij justitie moet worden aangegeven, dan kunnen ze dat toch niet als bindende richtlijn invoeren, waarschuwt Lombardi. Want alle plannen van aanpak moeten volgend jaar eerst terug naar Rome om te worden bijgeslepen en goedgekeurd.

Daarmee houdt het Vaticaan de regie krachtig in eigen hand. En geeft het de bisschoppen de lastige taak om zelf orde op zaken te stellen zonder in conflict te komen met Rome. Want nog steeds blijkt de lijn van het Vaticaan weinig veranderd te zijn. Gerechtigheid is belangrijk, maar kerkelijke justitie krijgt ook in deze brief voorrang boven wereldlijke justitie. En de lokale kerken dragen daarbij de verantwoordelijkheid, en niet Rome.

Krachtig statement

De Vaticaanse woordvoerder Federico Lombardi noemde de korte periode waarbinnen de bisschoppenconferenties de richtlijnen moeten ontwikkelen een "krachtig en eloquent statement". Het schrijven is volgens de zegsman niet bedoeld als een directief van bovenaf, maar om bisschoppen en algemeen oversten "bij te staan". De competentie van diocesane bisschoppen en algemeen oversten wordt gerespecteerd.

Slachtoffer voorop

In de rondzendbrief staat onder meer dat in de te ontwikkelen richtlijnen de aandacht voor de slachtoffers van misbruik voorop dient te staan. Er moet worden geluisterd naar hun verhalen en naar die van hun familie. Ook moet er een grote bereidheid zijn slachtoffers te voorzien van de nodige spirituele en psychologische bijstand. Verder wordt in de brief aandacht besteed aan preventieprogramma's en de opleiding en vorming van toekomstige priesters en religieuzen.

Samenwerking met overheid

De brief gaat ook in op priesters die reeds in de kerk werkzaam zijn, hun doorgaande vorming en hun verantwoordelijkheden in dezen. Er worden ook aanwijzingen gegeven voor wat er gedaan moet worden als zij van seksueel misbruik worden beschuldigd en hoe hun reputatie kan worden hersteld als er sprake is van een valse beschuldiging. Samenwerking met de burgerlijke autoriteiten wordt aangemoedigd. Nationaal geldende wetten dienen in acht te worden genomen, inclusief de meldingsplicht bij burgerlijke overheden.

Kerkrecht

Verder wordt in de brief onder meer aandacht besteed aan geldende canonieke regelgeving over dit onderwerp, op de bevoegdheden van bisschoppen en oversten in het vooronderzoek en, als het over een geloofwaardige beschuldiging gaat, over hun verplichting de zaak door te verwijzen naar de Congregatie voor de Geloofsleer, die de behandeling van de kwestie zal begeleiden. Ook wordt ingegaan op de verhouding tussen het algemeen geldende kerkrecht en specifieke normen door lokale bisschoppenconferenties. De brief wijst ook op canonieke maatregelen en kerkelijke straffen, inclusief verwijdering uit de priesterstand.

Belangrijke stap

Woordvoerder Lombardi noemde de rondzendbrief van de Congregatie een "zeer belangrijke nieuwe stap" in de kerkelijke bewustwording van de noodzaak om effectief op te treden tegen de "geseling" van seksueel misbruik door leden van de geestelijkheid.