Testlocatie drijvende zonnepanelen op het Oostvoornse Meer geen

Zonne-energie op zee kan mogelijk een grote rol gaan spelen in de energievoorziening van de toekomst. Daartoe heeft een consortium onder leiding van onderzoeksorganisatie TNO een nieuw drijvend zonnesysteem ontwikkeld en geïnstalleerd in het Oostvoornse Meer. Met ingang van vandaag wordt daar het nieuwe systeem met flexibele zonnecellen getest.

In 2050 kan volgens TNO 45 gigawattpiek aan zonne-energievermogen in de Nederlandse Noordzee zijn geïnstalleerd. Dat is bijna een kwart van het totale vermogen aan zonne-energie tegen die tijd, dat wordt ingeschat op 200 GWp. De onderzoeksinstelling denkt zelfs dat met 5 procent van het Nederlandse deel van de Noordzee in de helft van de totale Nederlandse energiebehoefte kan worden voorzien. Vooral de combinatie met windparken wordt als kansrijk gezien.

De ruimte tussen offshore windturbines is verboden voor grote schepen. En de zonne- en windenergie kunnen met dezelfde kabel aan land worden gebracht. Dat kan de kosten flink drukken. Een kilometer stroomkabel op zee kost miljoenen euro's. "Als je de ruimte tussen windmolens op zee voor de helft met dit soort systemen zou benutten, kan je de productie van die windparken verdubbelen", zegt initiatiefnemer en projectleider Wim Soppe.

In de video laat Soppe het systeem zien en legt hij uit waar hij bij de test op let:

Systeem van zonnepanelen op water getest: 'Het beweegt mee met de golven'

De zonnepanelen zijn gemonteerd op luchtmatrassen van zeven bij dertien meter, die soepel meebewegen op de golven. Aan de onderkant zijn grote waterzakken vastgemaakt, zodat ze stabiliteit krijgen en niet kunnen wegwaaien. De matrassen worden met ankers vastgemaakt op de zeebodem.

"Het idee is dat het systeem harmonisch meebeweegt met de golven en daardoor minder weerstand biedt, waardoor het slechts een lichte constructie en verankering nodig heeft", vertelt Soppe. Al eerder is het systeem getest in een bassin met kunstmatige zee-hoge golven.

Daarnaast zijn er volgens TNO nog genoeg andere uitdagingen. Onderzocht wordt hoeveel algengroei plaatsvindt en aangroei van organisch materiaal aan de onderkant, en hoe de panelen zich houden in zeewater. Het Oostvoornse Meer bevat brak water, dus half zout, en leent zich daarom goed voor dit soort onderzoek.

Grote slagen

Op dit moment wordt er al op verschillende plekken zonne-energie opgewekt op binnenwateren. Maar daar is de ruimte beperkt, net als op de grond of op daken. Soppe: "Het wordt als minder wenselijk gezien om zonnepanelen in de natuur neer te leggen. Er is nog wel potentie om meer daken te benutten, maar dat gaat langzaam en mondjesmaat. Op zee kan je snel grote slagen maken."

Daar komt bij dat zonne- en windenergie elkaar goed aanvullen. Als het hard waait, wat gunstig is voor offshore windmolens, schijnt de zon doorgaans niet of minder. Andersom geldt ook: bij zonnig weer, is er minder wind. De matrassen zijn berekend op maximaal windkracht 11 en acht meter hoge golven.

Chrétien Hendriks van het bedrijf dat de opblaasbare matrassen maakte, erkent dat de omstandigheden op de Noordzee heel anders zijn dan in het Oostvoornse meer. "Als het goed is, gaat het matras als een soort raft over de golven heen surfen of gaat-ie af en toe kopje onder. Kapseizen kan niet, want de waterzakken houden hem redelijk stabiel. Maar dit is inderdaad kinderspel vergeleken met de Noordzee."

Impact op zeeleven

Grote vraag is wat de gevolgen van drijvende zonnepanelen zullen zijn op het zeeleven. Deskundigen zijn bezorgd, maar niet op voorhand negatief. "Zolang het op kleine schaal gebeurt, zijn de gevolgen niet zo groot", zegt Luca van Duren van Deltares. "Maar als er grootschalig zonneparken op de Noordzee komen, naast alle windmolens, zal dat effect kunnen hebben op het ecosysteem van de zee."

In het meer worden ook andere drijvende systemen getest geen

"Het allerbelangrijkste is dat er minder licht in het water komt. En dat heeft gevolgen voor de algengroei. Algen zijn de basis van de hele voedselketen in zee, en zijn belangrijk voor plankton, vissen en andere zeedieren." Ze pleit voor verder onderzoek.

"De grote vraag is wanneer het precies impact gaat krijgen, bij welke omvang van zonneparken op zee." Mocht zonne-energie op zee daadwerkelijk grootschalig worden, is eerst een maatschappelijk debat volgens Van Duren op z'n plaats.

TNO benadrukt dat er tussen de installaties open ruimte blijft, zodat zonlicht het water kan bereiken. Soppe: "We hopen nu snel vervolgstappen te kunnen zetten, en over een jaar een pilot op zee te beginnen. Over drie à vier jaar kan het er dan grootschalig liggen."

STER reclame