Vaccineren in de buitenwijken van de stad Blantyre NOS/Elles van Gelder

Terwijl Nederland vandaag versneld aan de boosterprik gaat, zijn in armere landen nog steeds maar weinig mensen gevaccineerd. In Malawi is bijvoorbeeld pas 3,5 procent van de bevolking ingeënt.

Het gaat vaak over vaccinatieongelijkheid, hoe arme landen ver achterlopen op rijke landen en dat er meer vaccins gedoneerd moeten worden. Want door het hamsteren van vaccins door rijke landen zijn die in arme landen nog schaars.

Dat verhaal wilde ik optekenen in Malawi. Maar toen ik telefonisch met woordvoerders van het ministerie van Gezondheidszorg sprak, vertelden ze me dat ze voorlopig een voorraadje hadden. Niet genoeg, maar wel iets. De rijen zouden dan wel lang zijn, nu het vaccin beschikbaar was, veronderstelde ik. Maar nee, ze hadden moeite om ze kwijt te raken.

Koelbox vol AstraZeneca

Dat verbaasde me. Willen mensen het vaccin dan niet? Kon ik het verhaal over vaccinatieongelijkheid niet maken in Malawi? Met die vragen in het achterhoofd ging ik op pad met een groepje verpleegsters in de buitenwijken van Blantyre, die een mobiel vaccinatieteam vormden.

Aan het hoofd stond Lizzie Mwale, een verpleegster die normaal gesproken op een vaste priklocatie werkt. Maar ze had via het ministerie van Gezondheidszorg de opdracht gekregen om met een koelbox vol AstraZeneca-vaccins de straat op te gaan. Ze moest haast maken, want het vaccin was al bijna over de datum.

En dat was niet de eerste keer dat dit gebeurde, vertelde ze. Ook eerder kregen ze een donatie van vaccins die maar beperkt houdbaar waren. "Kunnen ze dat niet anders doen?" vroeg Mwale. "Dat we meer tijd hebben om de prik in de arm te zetten, want we hebben hier al genoeg uitdagingen."

Van Gelder trok met Mwale door Blantyre, waar ze van alles uit de kast halen om mensen van het vaccin te overtuigen:

Vaccineren in Malawi: 'Mensen komen niet, dus brengen we het vaccin naar hen toe'

Die waaier aan uitdagingen werd duidelijk in ons rondje door de buurt waarbij Mwale foldertjes over corona uitdeelde. Een vrouw op straat vertelde waarom ze nog niet naar een priklocatie was geweest. Ze wilde wel, maar ze had geen geld voor transport. "Hier moeten mensen lastige keuzes maken," zei Mwale. "Eten voor mijn kind, of een ritje naar de stad met de taxi."

Een andere man zei dat hij al wel eerder een prik had gewild, maar niet wist waar hij naartoe moest. De informatie waar de vaccinatielocaties waren, was bij hem niet aangekomen. Verderop op een veranda zat een oude dame die het afgelopen jaar wel drie keer naar de kliniek was geweest voor een prik, maar telkens hoorde dat er geen vaccins waren. Ze had het opgegeven.

Mensen denken dat ze onvruchtbaar worden van het vaccin of dat ze binnen twee jaar sterven door de vaccinatie.

Verpleegkundige Lizzie Mwale

"Niet alleen hebben mensen het opgegeven, ook denken ze twee keer na over een eerste prik, zelfs nu we ze wel hebben", zegt Mwale. "Want we kunnen de tweede prik niet garanderen, misschien zijn ze dan wel weer op. Dat weerhoudt sommige mensen ervan om er überhaupt een te nemen."

En dan waren er nog de vele verhalen waarop Mwale op straat moest reageren. "Wat je gehoord hebt over het vaccin, klopt niet", vertelde ze keer op keer. "Mensen denken dat ze onvruchtbaar worden van het vaccin of dat ze binnen twee jaar sterven door de vaccinatie."

Meer dan alleen beschikbaarheid

Het rondje door de wijk deed me beseffen dat vaccinatieongelijkheid veel verder gaat dan het voorhanden zijn van het vaccin. De ongelijkheid betekent ook dat mensen geen geld hebben om naar een priklocatie toe te gaan. Dat een land minder middelen heeft voor grootschalige publiekscampagnes die mensen informeren waar ze naartoe moeten. En dat mensen minder informatie hebben om geïnformeerde keuzes te maken.

Het mobiele vaccinatieteam van verpleegkundige Lizzie Mwale NOS/Elles van Gelder

De verpleegsters gingen vol goede moed door. Ze parkeerden zichzelf onder een boom bij het huis van het dorpshoofd. "Want als die zegt dat het te vertrouwen is, dan komen mensen." En ze kwamen. Veertig mensen. "Dit is de oplossing," zei Mwale blij. Met een collega deed ze er zelfs een dansje bij. "Als we nu heel veel auto's zouden hebben, kunnen we overal komen waar nog niemand is geweest."

Dat het al lastig was om deze auto op de weg te houden, vergat ze even. Bijna was dit mobiele team niet op pad gegaan omdat er in allerhaast geld voor gevonden moest worden.

En de cijfers, die wilde ze al helemaal niet horen: Malawi vaccineert zo'n 4500 mensen per dag. Op dat tempo gaat het nog twee jaar duren om 10 procent van de bevolking te vaccineren. En hoewel Malawi nu dus een voorraadje heeft, komt het land volgens het ministerie van Gezondheidszorg nog ruim tien miljoen doses te kort.

STER reclame