EPA

Vier maanden: dat is de maximale tijd die een statushouder in België krijgt om zelf een woning te vinden. In tegenstelling tot Nederland moeten vluchtelingen met een verblijfsvergunning zelf op zoek naar een geschikte woonruimte. En dat kan tot grote problemen leiden. Zo belanden veel mensen in panden van huisjesmelkers, en in sommige gevallen komen ze op straat terecht.

Als een vluchteling een verblijfsvergunning krijgt in België, kan hij of zij twee maanden, of met verlenging maximaal vier maanden, in het asielzoekerscentrum blijven. Daarna moet een statushouder vertrekken. Woning of niet.

Hoewel er wel wat hulp is om een woning te zoeken, is het door de krapte op de woningmarkt ontzettend lastig iets te vinden. Vorig jaar kregen bijna 4900 vluchtelingen een verblijfsvergunning. De Belgische overheid houdt niet bij wat er met hen gebeurt. Daarom zijn er geen cijfers over hoeveel een woning vinden of op straat belanden.

"We horen dat sommigen nog altijd op straat leven", zegt Didier Vanderslycke. Hij werkt voor Orbit VZW, een organisatie die vluchtelingen en migranten helpt. "De overheid zegt: 'hier zoek gewoon een woonruimte en waar je terechtkomt, maakt ons niet uit.'"

Moeilijke zoektocht

Door het grote tekort aan sociale huurwoningen is het voor een statushouder vrijwel onmogelijk om hier direct aanspraak op te kunnen maken. Ze moeten dus op zoek in de private sector. Daar wordt vaak een werkcontract geëist: iets wat de meesten in het begin nog niet hebben. Veel werkgevers eisen weer dat een werknemer een woning heeft, waardoor veel mensen tussen wal en schip vallen.

Vluchtelingen die uiteindelijk een woning weten te vinden, betalen volgens Vanderslycke vaak veel geld voor een kleine ruimte. Verschillende Belgische gemeenten herkennen dat probleem. Statushouders komen terecht in huizen die in handen zijn van huisjesmelkers, die het pand zeer slecht onderhouden en de ruimte aan zo veel mogelijk mensen proberen te verhuren. Regelmatig worden invallen gedaan, maar vervolgens belanden die vluchtelingen vaak een paar huizen verderop in precies dezelfde situatie.

Ik had veel stress en sliep heel slecht.

Maytham Alameeri

Om die situatie te voorkomen, zijn er meerdere organisaties die statushouders aan een huis proberen te helpen. Maytham Alameeri vluchtte uit Irak naar België. Hij wist via zo'n project uiteindelijk na drie jaar toch aan een woning te komen. "Het was heel moeilijk. Huizen zijn duur en er zijn veel hordes", zegt Alameeri. "Ik had veel stress en sliep heel slecht."

Alameeri had geluk en hij kon uiteindelijk terecht bij het gepensioneerde echtpaar De Prins dat zich had aangemeld voor het project Woning Gezocht Buren Gevonden. Voor 500 euro huurde hij de bovenverdieping van hun huis.

Marcel de Prins en zijn vrouw vangen al jaren vluchtelingen op. "Vanuit de overheid worden er inspanningen gedaan maar toch nog altijd te weinig. Er is ook de kans voor burgers om initiatief te tonen en zo zijn wij op dit spoor gekomen", zegt De Prins. "Ik ben ze echt dankbaar. Ze zijn als familie voor mij", zegt Alameeri. Hij hoopt binnenkort herenigd te worden met zijn vrouw en dochter die nog in Irak zitten.

Nederland

Hoewel er in Nederland ook problemen zijn met de huisvesting van vluchtelingen vindt Vanderslycke dat de situatie beter is dan in België. "Nederland verdeelt de verantwoordelijkheid voor de huisvesting. De overheid voelt de gevolgen van de krapte van de woningmarkt en doet er iets aan. Hier in België lijkt de overheid de noodzaak om bij te bouwen niet te voelen."

Toch is ook in de Nederlandse asielopvang momenteel geen bed over. Waar gaat het precies mis en hoe heeft het zo ver kunnen komen? Dat legt NOS op 3 uit in onderstaande video:

Waarom onze asielopvang propvol zit

Belgische vluchtelingenorganisaties vrezen dat vanaf 2023 nog meer mensen op straat terechtkomen. Vanaf dat jaar komen mensen in Vlaanderen vrijwel alleen nog in aanspraak voor een huis als zij minstens vijf jaar binding hebben met de gemeente.

STER reclame