ANP/NOS

Met het ontslag van Mona Keijzer als staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat heeft het kabinet-Rutte III nu meer mensen verloren dan Lubbers III, de vorige recordhouder in vertrokken bewindspersonen. In een overzicht van Parlement.com staat Rutte III nu op elf, eentje meer dan de CDA-premier in de vorige eeuw.

Volgens Anne Bos, onderzoeker bij het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, is er een overeenkomst tussen Rutte III en Lubbers III. "Nadat het kabinet Lubbers III demissionair werd, verlieten ook veel bewindslieden het kabinet vanwege een baan elders."

Drie bewindslieden waren gekozen in het Europees Parlement, één vertrok naar Rotterdam om daar lijsttrekker te worden voor de gemeenteraadsverkiezingen. "Maar politieke kwesties speelden ook een rol: CDA-minister Hirsch Ballin en PvdA-minister Van Thijn vertrokken na een motie tijdens een Kamerdebat over de IRT-affaire", zegt Bos.

Na het vallen van Rutte III het afgelopen jaar liep de teller snel op: sinds minister Eric Wiebes bij de val van het kabinet over de toeslagenaffaire zijn vertrek aankondigde, traden er nog zes andere bewindslieden om verschillende redenen terug. In de voorliggende drie jaren waren er vier kabinetsleden vertrokken.

De eerste van de huidige ploeg die vertrok was minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra, nog geen vier maanden nadat het kabinet was aangetreden op 26 oktober 2017. Een leugen over een ontmoeting met Poetin op diens buitenverblijf kostte hem de kop.

Ruim een jaar later vertrok staatssecretaris Mark Harbers van Justitie en Veiligheid omdat zijn ministerie cijfers over zware misdrijven door asielzoekers niet expliciet had gemeld. "Daarmee heb ik de Kamer foutief geïnformeerd", erkende Harbers.

Toeslagenaffaire en gezondheidsklachten

Eind 2018 werd staatssecretaris Menno Snel van Financiën de eerste bewindspersoon die sneuvelde door de toeslagenaffaire. Snel moest toegeven dat de menselijke maat niet de boventoon had gevoerd in de werkwijze van de Belastingdienst. Bij de val van het kabinet over dit dossier begin dit jaar trok minister Wiebes ook zijn conclusies.

Twee ministers namen afscheid vanwege gezondheidsklachten. Eerst was er de burn-out van gezondheidsminister Bruno Bruins aan het begin van de coronacrisis, dit jaar vertrok zijn opvolger Tamara van Ark vanwege aanhoudende nekklachten, na een interim-ministerschap van PvdA'er Martin van Rijn bij Volksgezondheid.

De nieuwe demissionaire minister van Economische Zaken Bas van 't Wout, die eerst Van Ark als staatssecretaris Van Ark op Sociale Zaken opvolgde en daarna de taken van minister Wiebes overnam, wordt momenteel ook tijdelijk vervangen vanwege een burn-out.

Dat bewindslieden vertrokken vanwege gezondheidsklachten valt ook op, vindt Bos. "Het kan natuurlijk pure pech zijn dat mensen iets onder leden krijgen, zoals met Ollongren is gebeurd. Maar door een drukke baan is het ook moeilijk rustig herstellen."

Ook het voornemen van Rutte om met een klein kabinet te werken voerde de werkdruk op, denkt Bos. "Rutte is daar inmiddels van teruggekomen. Wat hem betreft krijgt een nieuw kabinet meer bewindspersonen om het werk uit te voeren."

Daarbij speelt mogelijk ook een rol dat politici nu nog meer in de schijnwerpers staan dan voorheen. "Ik denk niet dat je moet onderschatten hoe het is om constant áán te staan. De druk om voortdurend in hoog tempo je standpunt ergens over te moeten bepalen, beleid te ontwikkelen en met snel wisselende omstandigheden te moeten omgaan vergt veel van mensen. Dan kan er zoiets gebeuren als bijvoorbeeld Bruins, Van 't Wout en Omtzigt is overkomen."

Nieuwe baan

Afgelopen zomer vertrokken twee demissionaire bewindspersonen omdat ze een nieuwe baan hadden gevonden. D66-staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat) werd vicepresident bij het World Resources Institute, haar collega Van Nieuwenhuizen op dat ministerie wordt per 1 oktober voorzitter van Energie-Nederland, de branchevereniging van energiebedrijven. Haar vertrek leidde tot vraagtekens bij Kamerleden, omdat ze nog weken mocht aanblijven hoewel duidelijk was dat ze lobbyist zou worden.

Dat Van Nieuwenhuizen iets anders gaat doen, kan ook te maken hebben met het standpunt van veel VVD'ers over wachtgeld, zegt Bos. "Dus dan ga je als demissionair minister snel op zoek naar iets anders."

Weggestuurd

Deze maand moesten drie bewindslieden om politieke redenen het veld ruimen. Buitenlandminister Kaag trad af nadat ze als eerstverantwoordelijke minister voor de evacuatie uit Afghanistan door de Kamer op de vingers was getikt met een motie van afkeuring. Haar defensiecollega Bijleveld had aanvankelijk gezegd hoe dan ook aan te blijven, maar verrast door Kaag trad zij een dag later ook af, net als Van Thijn in 1994 had gedaan nadat zijn collega Hirsch Ballin was vertrokken.

Anderhalve week later werd kritiek op de coronapas CDA-staatsecretaris Keijzer van Economische Zaken fataal: Rutte ontsloeg haar op staande voet nadat ze in een interview het kabinetsbeleid was afgevallen op dit cruciale punt. Haar ontslag is uniek, meestal pakt een politicus onder druk de kans om zelf op te stappen, maar dat weigerde Keijzer.

Met het vertrek van Keijzer komt het aantal vertrokken bewindslieden op zeven ministers en vier staatssecretarissen, van een kabinet dat bij zijn aantreden 24 leden kende. Met het einde aan de formatie nog niet in zicht, is het de vraag of Rutte III het eigen droevige record niet nog verder zal aanscherpen.

De klok blijft doortikken, weet Bos. "Hoe langer een kabinet demissionair is, hoe moeilijker het is om mensen binnenboord te houden."

STER reclame