ANP

Als naar koopkracht wordt gekeken, komen vrouwen slechter uit een scheiding dan mannen: na vijf jaar is hun gemiddelde koopkracht een vijfde lager. Dat concludeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) uit een onderzoek naar de invloed van een scheiding op wonen, werken en inkomen.

Voor mannen verandert er na de scheiding relatief weinig en daardoor zien zij hun bestedingsruimte er niet op achteruitgaan. "Mannen blijven bijvoorbeeld hetzelfde aantal uren werken. Ook moet bij een scheiding verhuisd worden en dan zijn het meestal de vrouwen die naar een andere woning gaan en de mannen die blijven zitten", zegt Tanja Traag, hoofdsocioloog van het CBS.

Direct na de scheiding neemt de gemiddelde koopkracht van vrouwen aanzienlijk af en neemt die voor mannen enigszins toe, stelt het CBS. Wel neemt de koopkracht van vrouwen in de jaren erna weer toe, bijvoorbeeld doordat ze alsnog meer uren gaan werken.

Nieuwe partner

Maar alsnog is het koopkrachtverschil tussen mannen en vrouwen 21 procent. "Je koopkracht hangt af van het besteedbare inkomen dat verdeeld moet worden over het aantal personen. De moeder houdt vaker de kinderen bij zich en dus moet zij haar inkomen ook over meer personen verdelen", legt Traag uit.

Hoe snel het besteedbare inkomen stijgt, hangt ook af van hoe snel de vrouw een nieuwe partner vindt en met die partner gaat samenwonen. "Dan gaan ze er vaak op vooruit, maar toch zie je dat vrouwen met kinderen juist langer vrijgezel blijven", zegt Traag.

In het onderzoek is niet gekeken naar alimentatie. Het CBS gebruikt de gegevens over besteedbaar inkomen van de Belastingdienst en daarin is alimentatie niet opgenomen. Traag: "Maar als dat wel wordt meegenomen, wordt het verschil enkele procenten kleiner."

STER reclame