Demissionair premier Rutte in de tijdelijke Tweede Kamer ANP

Het combineren van het Kamerlidmaatschap met een baan als staatssecretaris in het demissionaire kabinet is in dit kabinet niet meer aan de orde. Dat zei demissionair premier Rutte in een debat met de Kamer over de dubbele functies, waar de afgelopen weken veel discussie over ontstond.

VVD-Kamerlid Yesilgöz, VVD-Kamerlid Wiersma en D66-Kamerlid Van Weyenberg werden tot staatssecretaris benoemd op respectievelijk de departementen van Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Infrastructuur en Waterstaat, terwijl ze tegelijkertijd Kamerlid bleven.

Kamerleden en een aantal hoogleraren noemden die combinatie in strijd met de Grondwet. Dat een Kamerlid op die manier zijn eigen functioneren als staatssecretaris kan controleren noemen veel partijen, van links tot rechts, onwenselijk.

Het was beter geweest als we langer hadden stilgestaan bij de gevoeligheid ervan en meer tijd hadden genomen om met de Kamer te overleggen. 

Mark Rutte, demissionair minister-president

Eerder oordeelde Rutte dat het wel kan. Hij blijft erbij dat het grondwettelijk gezien misschien mag, maar erkent dat het "beter was geweest als we langer hadden stilgestaan bij de gevoeligheid ervan en meer tijd hadden genomen om met de Kamer te overleggen".

Rutte noemde de combinatie van functies nu ook "onwenselijk" en erkende dat zijn denken op dit terrein "verschoven was". In elk geval zullen Kamerleden die bewindspersoon in een demissionair kabinet worden de functies niet meer combineren, belooft Rutte.

Rutte zegt blij te zijn met de "drie nieuwe talenten" in het demissionaire kabinet. Maar "gegeven de consensus die we nu hier met elkaar vaststellen zouden we het voortaan anders doen", erkende hij.

Op de vraag van PvdA-Kamerlid Arib waarom er nog drie staatssecretarissen moesten toetreden tot een demissionair kabinet dat eigenlijk "vooral op de winkel moet passen" antwoordde Rutte dat dat te maken heeft met de vertrekkende bewindslieden en met de aanzienlijke werkdruk.

Ongelukkig

De Kamer heeft advies gevraagd aan de Raad van State over de kwestie. Die kwam vorige week met een oordeel: er zijn verschillende interpretaties van de Grondwet denkbaar, maar er is "niet voldoende grond om te concluderen dat in de gegeven omstandigheden de continuering van het Kamerlidmaatschap in strijd is met de Grondwet".

Wel noemt de Raad de gang van zaken uit grondwettelijk oogpunt ook "ongelukkig". Sommige partijen in de Kamer, waaronder CDA en VVD, deden in het debat een pleidooi voor een commissie die onderzoekt wat er grondwettelijk gezien nu wel en niet kan. Het is nog onduidelijk of er zo'n commissie komt.

STER reclame