Teamsprinters snellen naar olympisch goud in Tokio, bij Britten gaat het mis Deze video is alleen in Nederland te bekijken.

De Nederlandse teamsprinters hebben in Tokio hun status van torenhoge favoriet waargemaakt. Na jarenlange dominantie op het onderdeel, met drie wereldtitels en diverse wereldrecords tot gevolg, hebben Roy van den Berg, Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland nu ook de olympische titel op zak. In de finale won het trio van Groot-Brittannië.

Het toernooi begon al goed, met de snelste tijd in de kwalificatie (42,134), al bleef Nederland bijna een seconde boven het eigen wereldrecord (41,225). Met Hoogland als vervanger voor Matthijs Büchli ging het zoals verwacht in de volgende ronde een stuk sneller (41,431). De Britten gaven daarin al vier tiende toe.

In de finale, met de spanning om te snijden, liep het mis bij de Britten. Routinier Kenny moest een gaatje laten met zijn teamgenoten en Nederland snelde met overmacht naar 41,369.

Nederland domineert de teamsprint al jaren. In 2018, 2019 en 2020 werd de ploeg afgetekend wereldkampioen, bij de laatste editie zelfs met ruim 1 seconde verschil - een eeuwigheid in de baansport.

De enige vraag op voorhand was: hoe goed zijn de Britten? Door de coronapandemie was er sinds de wereldkampioenschappen in februari 2020 geen (serieuze) competitie. De nog altijd regerend olympisch kampioen (sinds 2008 ook ongeslagen op de Spelen) zou over nieuw materiaal beschikken waardoor ze competitief zouden zijn.

In de kwalificatie bleek dat Groot-Brittannië dichter bij Nederland is gekomen met 42,231 om 42,124, maar Nederland verving in de volgende ronde Büchli voor Jeffrey Hoogland en dat leverde tijdwinst op. In de finale ging Nederland voluit en toen bleek dat er van echte concurrentie, ook op het olympische toernooi, geen sprake was.

1936

De laatste gouden medaille voor een Nederlandse man in het olympische baantoernooi, stamt uit 1936, toen Arie van Vliet de beste was in het individuele sprinttoernooi.

Harrie Lavreysen, Roy van den Berg, Jeffrey Hoogland en Matthijs Buchli Reuters

STER reclame