AFP

De walkman, de bullet train en de rijstkoker. Het zijn allemaal uitvindingen afkomstig uit Japan. Tijdens deze Spelen presenteert Japan zich opnieuw als technologisch voorloper. Het land zet zelfrijdende wagens in om atleten te vervoeren (waarbij een chauffeur voor de zekerheid aan boord zit), gebruikt gezichtsherkenning voor de toegangscontroles en op vliegveld Haneda ontvangt een robot de reizigers.

In de rust van basketbalwedstrijden probeert robot CUE van Toyota halverwege het veld een bal in de basket te gooien:

Al deze innovaties laten niet zien waar Japan daadwerkelijk staat, zegt Yo Ishigaki, engineer aan de University of Electro-Communications in Tokio. "Japan was wereldwijd de nummer 1 qua innovatie, bijvoorbeeld bij de Spelen van 1964. Maar ik kan dat nu niet meer over Japan zeggen."

Vlak voor die Spelen opende Japan de shinkansen, oftewel de bullet train. Die haalde snelheden van 200 kilometer per uur, later werd dat verhoogd naar zo'n 300 kilometer per uur.

Er werden nieuwe snelwegen aangelegd, de monorail en het waren de eerste Spelen die via satelliet live over de hele wereld werden uitgezonden.

Het waren andere tijden, toen het er nog op leek dat Japan, als toenmalige tweede economie van de wereld, de VS voorbij zou streven.

"Inmiddels groeit China veel sneller. Ze zijn slimmer, hebben meer middelen en hebben betere connecties met contacten in Californië bij de ontwikkeling van innovaties", zegt Ishigaki. "Japan heeft heel wat inhaalwerk te doen."

Dat merkt Ishigaki in de praktijk. Hij is eigenaar van Design 4 Humanity, een bedrijf gespecialiseerd in het ontwikkelen van nieuwe, consumentvriendelijke duurzame technologie. Hij werkte bijvoorbeeld mee aan de ontwikkeling van de Pocket Geiger, een geigerteller die kan worden aangesloten op de telefoon. Die kost 15 euro en is aan 100.000 keer verkocht, vooral aan mensen in Fukushima.

"Ik heb gesproken met het bedrijf Hitachi, die toen de professionele geigertellers maakte. Ze hadden geen interesse, omdat de doelgroep voor dit product heel anders was dan de doelgroep die zij hadden." Bij gesprekken met bedrijven stond hij soms binnen drie minuten alweer buiten.

Volgens Ishigaki staat dat symbool voor wat er momenteel misgaat met innovatie in Japan. "Japanse bedrijven zijn te groot geworden. Toyota, Nissan, Mitsubishi. Ze kijken niet meer om naar kleine innovaties. Ze zien kleine innovaties als afval, waarbij het niet de moeite loont om er in te investeren."

Begin jaren 90 produceerde Japan nog ongeveer de helft van alle computerchips wereldwijd. Dat percentage is gezakt naar 6 procent, volgens IC Insights. Zuid-Korea snelt Japan inmiddels ook voorbij. De technologische standaard lijkt inmiddels te worden gezet door de VS, China en Zuid-Korea. Niet door Japan.

Nieuwe innovaties

Daar komt volgens Ishigaki bovenop dat Japanse bedrijven qua structuur zo zijn ingericht dat ze grote complexe problemen niet kunnen oplossen. Er wordt te veel vanuit verschillende lagen gedachte.

Kwam de innovatie rond de Spelen van 1964 vooral uit grote industriële projecten zoals de Shinkansen, nu is volgens Ishigaki behoefte aan andere vernieuwingen. "Softwaretoepassingen, artificiële intelligentie, quantum computing. Dat zijn hele andere vernieuwingen, veel ingewikkelder. En daar heb je veel verschillende toepassingen voor nodig en daar is Japan niet goed in. Daarbij loopt Japan tegen een soort onzichtbare muur op."

Ishigaki blijft doorwerken aan nieuwe innovaties die misschien wel kunnen uitgroeien tot nieuwe successen. Zijn laatste vinding is een CO2-meter voor smartphones, waarmee mensen kunnen zien of ze een ruimte beter moeten ventileren om coronabesmettingen tegen te gaan.

"Het zijn kleine vindingen, maar ze kunnen de wereld veranderen. Zoals de walkman en de motoren van Honda."

STER reclame