ANP

Onder microbiologische- en streeklaboratoria is onrust ontstaan over de rol die grote commerciële laboratoria krijgen bij de analyse van coronatests uit GGD-teststraten. Tot 1 september gaat die taak volledig naar zeven grote bedrijven. Tientallen kleinere labs staan voorlopig buitenspel.

Het besluit is vorige maand al genomen door de Landelijke Coördinatiestructuur Testcapaciteit (LCT), bestaande uit het ministerie van Volksgezondheid, het RIVM en de GGD. Pas vorige week is het medegedeeld aan de kleine labs.

In een brief aan de LCT vraagt de Vereniging Medische Microbiologische Laboratoria (VMML) nu "dringend aandacht" voor de gevolgen van de beslissing. Ze zien "een aaneenschakeling van acties die ons grote zorgen baren". De brief is in handen van de NOS.

'Grote labs bevoordeeld'

De keuze voor grote labs heeft te maken met de garantieafspraken die met hen zijn gemaakt. Zij krijgen dagelijks betaald voor het analyseren van duizenden tests, of ze dat nu doen of niet. Met de regionale labs zijn die afspraken niet gemaakt. Het totale aantal tests ligt momenteel laag en waarschijnlijk zelfs onder de afnamegarantie.

Volgens de vereniging zijn de grote labs zo verzekerd van een plaats op de Nederlandse testmarkt en worden ze bevoordeeld: "Op aandringen van het ministerie, investeerden onze leden het afgelopen jaar flink in opschaling (...) Dit staat in schril contrast met de grote commerciële partijen, die soms gratis apparatuur ter beschikking kregen en via garantieafspraken ook betaald krijgen voor niet uitgevoerde diagnostiek."

Het testen van neus- en keelmonsters uit GGD-teststraten was sinds het begin van de coronapandemie verdeeld over tientallen grote en kleine laboratoria in heel Nederland. Door het besluit om de kleine labs uit te sluiten zijn die nu afgesneden van een lucratieve inkomstenbron. Per test mag een lab zo'n 50 euro factureren aan de overheid.

Dit heeft verstrekkende nadelige gevolgen voor onze gezondheidszorg.

Passage uit de brandbrief

De kleinere labs zeggen dat minder geld niet het enige is dat hun zorgen baart. Ze noemen het werk van de grote labs van onvoldoende kwaliteit in de huidige fase van de pandemie, "waarin precisie aan belang wint". Het gaat dan onder meer om kiemsurveillance, waarmee besmettelijkere varianten kunnen worden opgespoord.

Ook wijzen de kleinere labs op de rol die ze spelen in de regio. De labs hebben vaak goede banden hebben met regionale GGD, ziekenhuizen en huisartsen en werken met hen samen aan het bestrijden van antibioticaresistentie. Door de opkomst van de commerciële labs die diagnostiek veel goedkoper kunnen uitvoeren komt die positie in gevaar, vrezen ze.

"Dat ze hierdoor omvallen is te voorzien en brengt niet alleen werkloosheid met zich mee, maar ook een verschraling van de medische microbiologie en infectiezorg in ons land", staat in de brief. "Dat heeft verstrekkende nadelige gevolgen voor onze gezondheidszorg."

'Geen testfabrieken'

Anders dan in bijvoorbeeld Duitsland kregen de grote buitenlandse laboratoria tot vorig jaar nauwelijks voet aan de grond in Nederland. Medische microbiologen hadden met hun eigen regionale labs de markt nagenoeg volledig in handen. Een aantal van hen zit ook in het Outbreak Management Team (OMT), dat het kabinet adviseert over de corona-aanpak.

"Wij gaan liever voor de kwaliteit die onze 50 afzonderlijke labs kunnen leveren. We willen in Nederland geen testfabrieken", zei OMT-lid Ann Vossen, arts-microbioloog in het LUMC eind mei 2020 tegen de NOS. Zij was vorig jaar betrokken bij de opschaling van de coronatestcapaciteit.

Vorig jaar zomer veranderde de rol van de kleinere labs, toen hun testcapaciteit onvoldoende bleek. Het ministerie van Volksgezondheid greep in en haalde een aantal megalabs naar Nederland. Het Luxemburgse Eurofins, het Belgische Synlab, het Zwitserse Unilabs en het Nederlandse U-Diagnostics kregen honderden miljoenen aan garanties om analysecapaciteit te regelen. Ook een consortium van drie leveranciers van testmaterialen kreeg zo een gegarandeerde afzetmarkt.

De opdrachten van het ministerie hoefden destijds niet te worden aanbesteed of te worden getoetst aan staatssteunregels. In normale tijden zijn hier Europese regels voor, maar die waren vanwege de pandemie terzijde geschoven. Sindsdien heeft Nederland geen tekort meer gehad aan testcapaciteit.

Aanbestedingen voor najaar

Het tijdelijk monopolie van de grote commerciële labs duurt tot 1 september. Voor de periode daarna is een aanbestedingsronde gestart. Het ministerie van Volksgezondheid zoekt nu naar bedrijven die dit najaar gezamenlijk 92.000 tests per dag kunnen analyseren. Het ministerie ziet een rol weggelegd voor zowel de kleine als de grote labs. Voor een deel van de opdracht maken alleen megalabs een kans.

De megalabs zeggen dat ze zonder opdrachten hun labs weer moeten sluiten. Als dat gebeurt, verliest Nederland de mogelijkheid om snel en veel te testen tijdens een pandemie. Bovendien stellen ze: we kunnen in onze labs toch ook andere testen doen, zoals bevolkingsonderzoek.

STER reclame