De RWE-centrale in de Eemshaven ANP

De Nederlandse Staat stapt naar de Duitse rechter in de strijd met energieproducenten RWE en Uniper. Demissionair minister Van 't Wout van Economische Zaken wil op die manier kostbare arbitragezaken afwenden die de twee Duitse bedrijven hebben aangekondigd.

De energieproducenten willen een schadevergoeding vanwege het verbod op het gebruik van steenkolen bij het opwekken van energie vanaf 2030. RWE en Uniper hebben kolencentrales in de Eemshaven en op de Maasvlakte, die volgens hen dan zouden moeten sluiten.

Demissionair minister Van 't Wout van Economische Zaken vreest dat door de arbitragezaken de centrales langer op steenkolen zullen blijven draaien. "De behandeling van een arbitragezaak neemt vaak veel tijd in beslag en is een kostbare procedure", zegt hij.

Het Duitse recht biedt de mogelijkheid om voorafgaand aan zo'n arbitragezaak een rechter te laten bepalen of er wel een rechtsgrond voor is. "Daarmee kunnen we de procedures mogelijk voorkomen en hebben we de belastingbetaler een hoop geld bespaard", meent Van 't Wout.

Betrekkelijk nieuw

Beide centrales zijn betrekkelijk nieuw: die in de Eemshaven werd in 2015 geopend, die op de Maasvlakte een jaar later. In 2019 nam de Eerste Kamer een wet aan die het gebruik van kolen bij het opwekken van elektriciteit per 2030 verbiedt.

RWE en Uniper vinden die wet onrechtmatig en zijn al naar de rechter gestapt voor schadevergoeding. Ze claimen nog lang niet uit de bouwkosten voor de centrales te zijn. RWE zegt een schade van 1,4 miljard euro te lopen door de wet.

Tegelijkertijd zijn de energieproducenten nu een arbitragezaak gestart bij het ICSID, het internationaal centrum in Washington waaraan bedrijven hun geschillen met overheden kunnen voorleggen.

Andere brandstof

Maar volgens Van 't Wout hadden de bedrijven kunnen weten dat een steenkolenverbod eraan zat te komen om de uitstoot van CO2 terug te dringen. De producenten kunnen ook andere brandstof gaan gebruiken in de centrales en bovendien is er een ruime overgangstermijn van tien jaar.

"In die periode kunnen exploitanten hun investeringen (deels) terugverdienen en deze termijn geeft ze de mogelijkheid om hun centrale om te bouwen voor voortzetting als elektriciteitscentrale op andere brandstoffen", laat de minister weten.

STER reclame