Partijleider Joost Eerdmans van JA21 op het Binnenhof ANP

10,4 miljoen Nederlanders gingen naar de stembus woensdag en samen verkozen zij zeventien partijen. Het hoogste aantal sinds de oorlog; drie meer dan het oude record. Tegelijkertijd zegt de meerderheid van datzelfde electoraat dit eigenlijk te veel van het goede te vinden.

56 procent is voorstander van een kiesdrempel om het aantal partijen in de Tweede Kamer te beperken, blijkt uit onderzoek van Ipsos. Slechts 18 procent vindt dat geen goed idee, het resterende deel van de bevolking is neutraal of weet het niet.

Maar hoe zou zo'n ingreep er concreet uitzien, wat zouden de gevolgen zijn en is dit wel de beste oplossing als je je zorgen maakt over de bestuurbaarheid van het land? Wat meteen opvalt: onder deskundigen is weinig tot geen steun te vinden voor invoering van een kiesdrempel.

NOS

Voor de duidelijkheid: Nederland kent nu in feite ook al een kiesdrempel. Wie een van de 150 Kamerzetels wil veroveren, moet tenminste 0,67 procent van het aantal stemmen halen.

In veel andere landen echter leggen ze de lat hoger. In Duitsland bijvoorbeeld is dat bij 5 procent. Iedere partij die ook maar een tiende tekort komt, heeft pech en krijgt geen enkele zetel.

Negen afvallers

Bij de uitslag van woensdag zou een dergelijk systeem er concreet voor zorgen dat de Tweede Kamer in plaats van zeventien nog 'maar' acht partijen zou tellen. Forum voor Democratie zou weliswaar net over de drempel komen. Maar de Partij voor de Dieren, de ChristenUnie, Volt, JA21, de SGP, Denk, de BoerBurgerBeweging (BBB), 50PLus en Bij1 alle niet.

Iets voorzichtiger aandoen kan natuurlijk ook. Bijvoorbeeld bij 2 procent, zoals de VVD herhaaldelijk voorstelde. In dat geval zou Denk het met de hakken over de sloot halen, maar BBB, 50Plus en Bij1 nog altijd niet.

Versplintering

Daarmee wordt een van de nadelen van de kiesdrempel meteen duidelijk: de kiezers van deze partijen zouden zich niet meer of in elk geval minder goed vertegenwoordigd voelen. "Terwijl het beschikbare onderzoek laat zien", zegt politicoloog Kristof Jacobs van de Radboud Universiteit in Nijmegen, "dat dit soort kleinere partijen een positief effect heeft op de hoge opkomst. Zij trekken onder meer mensen die anders thuis waren gebleven."

Toch is dus een meerderheid van de Nederlanders dus voor invoering van een kiesdrempel. "Een kleine 60 procent, datzelfde percentage zag je ook al bij het Nationaal Kiezersonderzoek bij de vorige verkiezingen", aldus Jacobs. "Die steun is het grootst bij de achterban van de grotere, meer traditionele partijen. Maar ook 50Plus is voor de kiesdrempel, ondanks het feit dat de eigen partij erdoor geëlimineerd zou worden. Mensen zijn met name bang dat het moeilijker is om effectieve kabinetten te vormen met zoveel versplintering in de Kamer."

Amerikaans stelsel

Die angst is in de praktijk niet terecht, stelt Jacobs. "Partijen met een paar zetels spelen eigenlijk zelden een rol in kabinetsformaties. Dat doen vooral de grote partijen. En als kleine partijen meedoen, dan is hun rol vaak een positieve, als verbinder tussen de groten. De ChristenUnie is daar een mooi voorbeeld van."

"Het probleem is eerder dat er nog maar weinig van die echt grote partijen zijn. Maar wil je dáár echt iets aan doen, dan moet je rigoureuzer stappen zetten, zoals invoering van een Brits of Amerikaans districtenstelsel. Dan kun je als partij met een relatief kleine verkiezingsoverwinning toch heel veel macht ontwikkelen. Maar dat vinden Nederlanders dan weer oneerlijk, omdat er voor ons gevoel te veel stemmen verloren gaan."

Het zijn allemaal redenen waarom verschillende adviescommissies zich in de loop van de jaren nadrukkelijk tegen invoering van een kiesdrempel hebben uitgesproken. Het meest recent de staatscommissie onder leiding van voormalig VVD-minister Johan Remkes die het parlementair stelsel onder de loep nam.

Zo'n drempel zet pas zoden aan de dijk, aldus Remkes, bij een grens van 10 procent. En dat zou volgens hem 'in strijd zijn met het Nederlandse concept van representatie". Vrij vertaald: dan voelen wij wij ons niet goed genoeg meer vertegenwoordigd door de politiek.

STER reclame