De camping met daarachter de Hoogovens. Noord-Hollands Archief

Het is je bijna niet meer voor te stellen dat tot zo'n dertig jaar geleden vlak naast de Koninklijke Hoogovens, nu Tata Steel, in IJmuiden een camping was. Claes-Berend van der Kolk is zoon van de oprichter en herinnert zich de weekenden en vakanties op camping Rolandsduin nog goed. "Eens per jaar stond de wind verkeerd en dan zat de hele camping onder zwart roet. Wij vonden het grappig, maar mijn vader was wel bezorgd."

Zijn vader, Nic van der Kolk, richtte de camping in 1961 op. "Hij was boer en hij had een stuk grond in de duinen dat niet zo vruchtbaar was. Hij maakte er de camping van."

Er was heel veel belangstelling voor, van toeristen maar ook van veel Amsterdammers en mensen uit de regio Zaanstreek. "Op de dag van de opening stond er een file tot in Beverwijk. Het was een grote, niet al te dure camping aan de kust. En destijds stonden er een paar loodsen op twee kilometer afstand. Er was nog geen overlast van. Maar heel snel ging het mis."

Omdraaien bij de poort

Volgens hem ging het in de jaren erna geregeld over de vervuiling door de fabriek. "De uitstoot was een frequent terugkerend onderwerp van gesprek bij campinggasten. Soms draaiden ze bij de poort al om vanwege de fabrieken en het lawaai dat ze hoorden. Ze konden daar niet tegen", zegt hij tegen NH Nieuws. "Er waren vrij veel tentkampeerders uit het Ruhrgebied in Duitsland. Daar is ook veel zware industrie. Die mensen zouden de hele zomer komen, maar wilden juist hun eigen omgeving even ontvluchten. Ze waren zich veel bewuster van de gevaren en de overlast."

Die hoogovens vonden wij als kinderen alleen maar leuk.

Claes-Berend van der Kolk

Toch heeft hij zelf heel goede herinneringen aan de tijd op de camping. "Vrijdag gingen we uit school naar de camping, tot zondag. Ook in de vakanties gingen we. Het was geweldig. En die hoogovens vonden wij als kinderen alleen maar leuk. De fabrieken zagen er heel indrukwekkend uit. Als een soort kerstboom. Overdag waren er rookpluimen in allerlei kleuren: rood, geel, paars. Ik had geen enkele bijgedachte."

Ook andere bezoekers denken met een goed gevoel terug aan de camping. De 56-jarige Ron Berkhout uit Amsterdam kwam er als kind vaak, zegt hij tegen NH Nieuws. Hij verbleef dan met de familie in een stacaravan. In 1991 kwam hij er terug, met zijn verloofde. Hij vond de camping een vertrouwde omgeving, zijn verloofde vond het een schrikbeeld waar ze tot op de dag van vandaag nog niet over is uitgepraat.

"We kwamen vanuit het dorp de duinen door en ze zag de fabriek met daaronder de camping. Ze zei: 'what the fuck?'. Waar ben ik terechtgekomen?' Ik wil ermee zeggen dat wat voor ons normaal was geworden, aan een buitenstaander eigenlijk niet uit te leggen is."

Maatschappelijk niet meer aanvaardbaar

In 1992 ging de camping dicht. "Het was maatschappelijk niet meer aanvaardbaar, zo'n camping naast de hoogovens." Er volgden rechtszaken en uiteindelijk werd verblijfsrecreatie er verboden, zegt Van der Kolk.

Inmiddels staat op de plek van de camping het beeldenpark Een Zee Van Staal. "Een aanrader. De beelden zijn erg inspirerend. Ik vind het wel een beetje gek om er te zijn. Maar het is fijn dat alle heuveltjes er nog zijn en dat nog te zien is hoe alle wegen liepen. Nu kan ik er nog eens overheen lopen en herinneringen ophalen."

STER reclame