Een pompstation aan de Keystone XL, in Oyen, Canada Reuters

Vorige maand lieten oliewerkers het centrum van Steele City in Nebraska nog bruisen: zij waren de vaste klanten voor de wasserette, de supermarkt en The Salty Dog Saloon, de enige bar in het gehucht. Nu zijn oliewerkers weggetrokken en de besneeuwde straten verlaten. Tot voor kort werd er gewerkt aan een groot pompstation voor de meest omstreden pijpleiding in de Verenigde Staten, de Keystone XL.

Op zijn eerste dag als president ondertekende Biden een decreet dat per direct de bouw van de Keystone XL stillegde. Milieu-activisten en bezorgde grondbezitters, de zelfverklaarde Keystone fighters, haalden opgelucht adem na een jarenlange strijd tegen de pijpleiding. Maar voor de duizend medewerkers die al aan de slag waren, begon er een periode van economische onzekerheid midden in de pandemie. Het energiebedrijf voorspelde in oktober dat de Keystone XL dit jaar 11.000 banen zou opleveren.

Op het moment dat Biden zijn handtekening zette, werden de effecten direct duidelijk. "Mijn opzichter vertelde dat ik de volgende dag alleen nog naar werk hoefde te komen om mijn loonstrookje op te halen. Daarna kon ik vertrekken," vertelt Tiernee Fichter aangeslagen. Hij werkte bij een lokaal pompstation. "Ik heb geen idee wat ik nu ga doen. Ik ben werkloos, zit in de bijstand. Ik doe wat ik kan, maar het is zwaar."

In 2008 maakte energiebedrijf Transcanada, het huidige TC Energy, zijn plannen bekend voor de bouw van de Keystone XL. De pijpleiding zou dwars door de Verenigde Staten lopen om zo de Canadese teerzanden, zandgronden waaruit olie gewonnen wordt, te verbinden met Nebraska. In Steele City kon de Keystone XL aansluiten op een bestaande leiding naar de olieraffinaderijen in Texas.

Jeanne Crumly opent een roestig hek naar de akkers van haar familieboerderij in het noorden van de staat. De geplande route van de Keystone XL liep onder haar maisvelden door, dat wilde ze absoluut niet. "Dit land is ons erfgoed, wij willen het beter achterlaten dan hoe we het gekregen hebben."

Dit principe kwam in gevaar doordat haar land ineens onderdeel werd van een politiek spel, met grote economische belangen. De druk vanuit TC Energy om land af te staan nam toe. Crumly zegt dat mensen van het oliebedrijf onaangekondigd opdoken en dreigden dat ze geld zou mislopen als haar buren eerder tekenden. "Er was geen enkele sprake van een onderhandeling," zegt ze. "We zijn hardhandig wakker geschud door de manier waarop corruptie en hebzucht de politieke besluitvorming in dit land beïnvloeden."

Onder Crumly's akkers bevindt zich de Ogallala Aquifer, een van de grootste zoetwaterreservoirs ter wereld. Een olielek zou catastrofaal kunnen zijn: het zou niet alleen de kwetsbare natuur onherroepelijk aantasten maar ook de drinkwaterbron van miljoenen mensen vervuilen.

Rollercoaster

Crumly stond er niet alleen voor. Meer dan zeventig landeigenaren hebben hun krachten gebundeld en spanden rechtszaak na rechtszaak aan tegen TC Energy. De bouw van de Keystone XL was jarenlang het middelpunt van politiek getouwtrek: president Obama weigerde de vergunning te verlenen, president Trump keurde de pijpleiding toch goed, en nu zet president Biden er weer een streep doorheen. Deze politieke rollercoaster leidde tot onzekerheid bij zowel voor-als tegenstanders van de pijpleiding.

Het ambitieuze milieubeleid van de regering-Biden leidt tot een grote uitdaging: ervoor zorgen dat olie- en gasmedewerkers niet worden vergeten in zijn beoogde transitie naar groene energie. Zeker tijdens een pandemie waarin de meest afgelegen gebieden van het land het al zwaar te verduren hebben. Om dit te voorkomen, heeft Biden beloofd 10 miljoen banen te creëren in de groene energiesector.

Niet gerust

Maar vakbondsvertegenwoordiger TJ Dick gelooft er niks van. "Biden kan zeggen wat hij wil, maar ik zie er niks van terug" zegt hij op het verlaten industrieterrein van Steele City. "Als iemand hier zijn baan verliest kan hij niet de straat oversteken om daar aan de slag te gaan met windmolens." Ex-oliewerker Fichter is het met hem eens: "We zijn nog niet zo ver, zeker niet in deze staten. Wij kunnen geen kant op."

Je zou denken dat landeigenaar Crumly wel dolblij is, maar ze kan de strijd van de afgelopen elf jaar niet vergeten. "Voor nu ben ik opgelucht," zegt ze als ze op het land staat waar ze zo hard voor heeft gevochten. Crumly is bang dat met een nieuwe regering haar nachtmerrie opnieuw begint. "Wij zijn het vertrouwen in onze politici volledig kwijt. We blijven vechten, maar ik vrees dat onze tegenstanders dat ook doen."

STER reclame