UCI AFP

Een dag nadat naar buiten was gekomen dat er een Nederlandse renner in 2011 positief testte op het gebruik van epo, geeft de Nederlandse wielerbond opheldering. Het had er schijn van dat er sprake was van een doofpotaffaire, maar het tegendeel is waar.

"Waarom het toen niet bekend is gemaakt? Tussen de betreffende renner en de toenmalige directeur Huib Kloosterhuis is de afspraak gemaakt dat de naam van de coureur in kwestie niet bekend gemaakt zou worden", reageert huidig directeur Thorwald Veneberg, destijds technisch directeur van de KNWU.

Ook nu wordt de naam van de renner niet genoemd. "Het was een weloverwogen beslissing in het welzijn van de renner. Want daar maakte de bond zich destijds zorgen over." Vrijdag blijkt dat alle instanties, van het mondiale antidopingbureau WADA tot en met de UCI, op de hoogte waren van de zaak.

Thorwald Veneberg was in 2011 technisch directeur van de KNWU ANP

De internationale wielerunie bevestigt: "We hebben in 2011, samen met het WADA, de uitspraak ontvangen aangaande de positieve renner. De dopingcontrole werd uitgevoerd op initiatief van de Nederlandse instanties en de zaak viel destijds niet onder onze jurisprudentie. De verdere afwikkeling van de zaak was niet onze verantwoordelijkheid."

Waarom de sanctie niet terug te vinden is in de administratie van de UCI, heeft de volgende verklaring: "In onze overzichten staan alleen sancties vermeld voor renners die nog een licentie hebben. Schorsingen opgelegd door andere antidoping-instanties worden er niet op weergegeven."

De renner in kwestie had op het moment van de uitgesproken straf geen licentie meer, hij had zijn loopbaan beëindigd.

KNWU Pro Shots

Veneberg weet overigens dat zijn voorganger, Kloosterhuis, een fel tegenstander was van doping. "Hij was fel anti-doping. Hij heeft echt een overweging gemaakt voor het welzijn van de renner."

Privacy

Rest nog de vraag: maakt een bond nooit de identiteit van een valsspeler bekend? "De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) geeft een bond de ruimte om het niet bekend te maken. Er is indertijd overleg geweest met de Dopingautoriteit omtrent de bekendmaking van deze schorsing", legt Veneberg uit.

"Ook als het zich nu zou voordoen, is het een afweging. In het geval van 2011 was het duidelijk dat de renner ging stoppen. Als een renner door wil blijven fietsen, en van ons geen licentie meer krijgt, kan het zijn dat hij in het buitenland een licentie aan gaat vragen. Dan zou er een andere afweging gemaakt kunnen worden."

STER reclame