De bioscoopstoelen en looplijnen waren gemarkeerd, desinfectiemiddel stond al bij de deur. Organisator Toon Hezemans was klaar om de tiende editie van zijn Dutch Mountain Film Festival af te trappen, toen hij hoorde dat alle bioscoopzalen twee weken dicht moesten. "Vlak voor de start. Ik ben die avond eerst bier gaan drinken en heb de volgende dag iedereen afgebeld."

Vandaag, twee weken later, mogen bioscopen weer dertig bezoekers per zaal ontvangen. Iets wat voor Hezemans inmiddels niet meer uitmaakt. Hij zette zijn complete programmering van berg- en natuurfilms namelijk online. "De kaarten voor fysieke voorstellingen konden mensen inruilen voor tien dagen toegang tot het hele aanbod."

De berg- en natuurfilms zijn dit jaar vanuit huis te bekijken DMFF

Directeur Daisy van de Zande van wetenschapsfestival InScience besloot in oktober al dat haar films op kleine schermen bij mensen thuis te zien moesten zijn, in plaats van op het grote doek in thuisbasis Nijmegen. "We zijn toen vol in gaan zetten op een online festival."

Een tegenvaller was dat wel: eerder was besloten het festival dit jaar uit te breiden naar andere studentensteden. "Juist om te veel verplaatsingen te voorkomen en toch een groter publiek te bereiken met wetenschap."

Nu er toch weer wat publiek mag komen, pakt die beslissing alsnog aardig uit. "In Nijmegen moesten we het aflasten, maar in steden als Delft, Wageningen en Enschede kunnen we wel shows doen. En online kan iedereen, ook uit de steden die weg vielen, alsnog meekijken."

De timing van de maatregelen pakte voor het internationale documentairefestival IDFA nog net iets 'gunstiger' uit. Daar was gister de premièrevoorstelling nog online, maar starten vandaag ook voorstellingen die een dertigtal mensen wel in een bioscoopzaal kan zien. "Vooral voor filmmakers maakt dat een groot verschil", vertelt festivaldirecteur Cees van 't Hullenaar. "Die werken vijf jaar aan een film en willen niets liever dan de reactie van een publiek zien."

Minister Van Engelshoven opende het IDFA gister in een leeg Tuschinski theater ANP

Ook IDFA besloot het aanbod online beschikbaar te maken, maar met een belangrijk verschil. Documentaires zijn alleen op een vaste aanvangstijd te streamen, en niet on demand terug te kijken. "We wilden die spanning van een live theatervoorstelling behouden."

Zo is er bijvoorbeeld geen pauzefunctie als je thuis kijkt. "We denken dat er behoefte is aan zo'n gedeeld moment. Waar je gaat zitten voor een inleiding en nabespreking, film kijkt zoals je dat in een theater doet. Dat onderscheidt filmfestivals van streamingsdiensten."

Voor Hezemans loopt de verplaatsing naar online beter dan hij vooraf verwachtte. "We hebben ook ingespeeld op de situatie met pakketten met bergbier, snacks en een wandelgids, die zijn inmiddels uitverkocht."

Ook hoopt hij op veel nieuw publiek. Normaal zijn de voorstellingen op drie locaties in Nederland, België en Duitsland te zien, nu zijn de films te kijken in drie volledige landen. "We zien op sociale media dat de aandacht groeit, ook buiten onze regio. Het buitenleven is natuurlijk een thema dat breed speelt."

Geen gejuich

Voor alle festivals is dit jaar desalniettemin een domper. Hezemans: "Je mist het napraten met een borrel, het ontmoeten van makers, fototentoonstellingen, juichen bij prijsuitreikingen, de hele festivalsfeer eigenlijk."

Ook financieel is het een jaar om snel te vergeten. "De meeste festivals draaien niet op kaartverkoop, maar op sponsors en subsidie", aldus Van de Zande. "Ook daar viel een deel van weg, dus we hebben moeten snijden in de organisatie en programmering."

Ook Van 't Hullenaar van IDFA verwacht het 'net te redden'. "De online verkoop loopt prima, maar de kaartjes zijn ook goedkoper. Het is dat we wat aan zaalhuur besparen en steun krijgen van het ministerie en trouwe fans."

STER reclame