Een Poolse vrouw demonsteert tegen inperking van het recht op abortus AFP

Mensenrechten- en vrouwenorganisaties zijn bang dat andere landen in Oost-Europa het recht op abortus gaan inperken, net als Polen. Het Constitutionele Hof in Polen verbood vorige maand het weghalen van foetussen met een ernstig aangeboren gebrek.

Dat betekent in de praktijk dat een vrouw alleen nog een foetus kan laten weghalen als de zwangerschap voor haar levensbedreigend is of als ze door verkrachting of incest zwanger is geraakt.

Hongarije en Wit-Rusland

"Achter deze actie schuilt een diepe minachting voor vrouwenrechten die niet alleen in Polen voorkomt. Andere landen, waaronder buurlanden van Polen volgen dezelfde agenda", zegt een woordvoerder van Amnesty International.

33 landen zetten vorige maand hun handtekening onder een verklaring waarin onder meer staat dat het recht op abortus niet bestaat, noch de verplichting voor landen om de kosten te vergoeden. Behalve de VS, Brazilië, Egypte en Indonesië zetten ook Hongarije en Wit-Rusland hun handtekening.

Uitspraak nog niet van kracht

Maar onder druk van het massale protest van de afgelopen weken maakt de conservatieve Poolse regering niet onmiddellijk werk van de uitspraak van het hof. "De meningen erover verschillen en het is verstandig om de tijd te nemen om erover te praten en een oplossing te vinden", zei een woordvoerder van premier Morawiecki gisteren.

Peilingen wijzen uit dat aanscherping van de abortuswetgeving door veel aanhangers van de PiS-partij van Morawiecki niet wordt gewaardeerd.

President Duda heeft een nieuw wetsvoorstel ingediend, waarin abortus van foetussen met aangeboren afwijkingen is toegestaan, met uitzondering van foetussen met het syndroom van Down. Daarvoor lijkt niet genoeg steun te zijn in het parlement.

STER reclame