Het UWV-kantoor in Zaandam Harold Versteeg

De werkloosheid neemt nog steeds toe, maar wel veel minder hard dan de afgelopen maanden. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS).

In augustus zaten 426.000 mensen die wilden en konden werken zonder werk. Dat komt neer op 4,6 procent van de beroepsbevolking. In juli was de werkloosheid 4,5 procent.

Er zijn afgelopen maand bij elkaar 7000 werklozen bij gekomen. De maanden ervoor lag dat aantal twee, tot zelfs ruim tien keer zo hoog.

Meer mensen op zoek naar werk

De afgelopen maanden steeg de werkloosheid volgens het CBS niet zozeer doordat veel mensen hun werk verloren, maar vooral doordat meer mensen op zoek zijn gegaan naar werk. Dat heeft te maken met de manier waarop het aantal werklozen wordt geteld.

Daarvoor is onder meer doorslaggevend of iemand op zoek is naar werk. Wie kan en wil werken maar desondanks geen baan heeft, telt voor het CBS als werkloos. Omgekeerd telt iemand die geen werk heeft en stopt met zoeken naar een baan, niet als werkloos. Die persoon maakt dan geen onderdeel meer uit van de zogeheten beroepsbevolking.

Minder mensen met WW-uitkering

Ondertussen daalt het aantal WW-uitkeringen. Eind augustus ontvingen 292.000 mensen een WW-uitkering van het UWV. Dat zijn er 9100 minder dan de maand ervoor.

Vooral onder jongeren tussen de 15 en 25 jaar nam het aantal WW-uitkeringen af. Zij hebben vaak maar beperkt WW-rechten opgebouwd, en ontvangen de uitkering dan ook veelal relatief kort. Dat deze jongeren nu geen uitkering meer ontvangen, betekent voor veel van hen niet dat ze weer werk hebben gevonden.

Tegelijk kende het UWV afgelopen maand minder nieuwe uitkeringen toe. In augustus waren er per week gemiddeld 7100 nieuwe ontvangers. De maand ervoor lag dat aantal nog op 8700 mensen.

Al met al is het aantal lopende WW-uitkeringen nog steeds fors hoger dan aan het begin van het jaar, voordat de coronacrisis losbrak.

Krapte op de arbeidsmarkt afgenomen

Het UWV kwam ook met meer informatie over de spanning op de arbeidsmarkt: de verhouding tussen het aantal openstaande vacatures en het aantal kortdurend werklozen die aan het werk kunnen. Voor de coronacrisis was deze spanning nog problematisch krap, met meer vacatures dan kortdurende werklozen. Zoals te verwachten zijn er inmiddels per vacature in Nederland meer mensen beschikbaar die de vacature kunnen invullen. Met andere woorden, de krapte is afgenomen.

Voor het eerst in twee jaar is de arbeidsmarkt in die zin weer in balans: in het grootste deel van het land zijn er ongeveer net zoveel vacatures als kortdurende werklozen. In de regio's Groningen, Friesland, Drenthe, Flevoland en Zaanstreek/Waterland zijn er meer mensen beschikbaar dan vacatures die gevuld moeten worden. Tegelijkertijd is er in Rivierenland, Midden-Utrecht, Zeeland en Zuidoost-Brabant juist meer vraag naar mensen.

Toch blijven er beroepen waarvoor het moeilijk is om mensen te vinden. Dit geldt voor software- en applicatieontwikkelaars, elektriciens, elektronicamonteurs, machinemonteurs, afbouw-arbeiders en verpleegkundigen.

STER reclame