Oeigoeren protesteerden vorig jaar op de Dam tegen de Chinese overheid ANP

Het Openbaar Ministerie (OM) gaat geen strafrechtelijk onderzoek instellen naar het handelen van de Chinese overheid tegen Oeigoeren in Nederland. China maakt zich volgens die groep schuldig aan bedreiging, intimidatie, discriminatie, dwang en chantage. Tientallen Nederlandse Oeigoeren deden daar aangifte van.

Volgens de aangevers worden Oeigoeren in China onder druk gezet om hun familieleden die naar Nederland zijn gevlucht op te bellen en vragen te stellen. Degenen die in Nederland gebeld worden, voelen zich door deze situatie gedwongen om de gevraagde informatie te verstrekken, uit angst dat er iets met hun familie gebeurt.

Contactgegevens delen met China

Het OM onderzocht 24 aangiften van zo'n zestig mensen. "Gebleken is dat strafrechtelijk ingrijpen niet haalbaar is", licht het de beslissing toe. "Om tot een bewijsbare strafzaak te kunnen komen, is een uitgebreid strafrechtelijk onderzoek noodzakelijk, dat niet zonder de medewerking van China kan worden uitgevoerd."

Om goed onderzoek te doen, moeten ook de namen en contactgegevens van de aangevers en hun familieleden gedeeld worden met de Chinese overheid. "Dit is zeer onwenselijk gelet op de aard van de aangiften en de precaire positie van de Oeigoeren in China", vindt het Openbaar Ministerie.

Detentiekamen

In Nederland wonen circa 1500 Oeigoeren, leden van een islamitische minderheid in China. Daar leven Oeigoeren vooral in de Chinese autonome regio Xinjiang, in het noordwesten van het land. Mensenrechtenorganisaties maken zich al lange tijd zorgen over de leefomstandigheden van de minderheid.

Volgens experts zitten ruim een miljoen Oeigoeren vast in detentiekampen. Peking ontkende lange tijd het bestaan van de kampen, maar onder meer door satellietbeelden was dat niet langer vol te houden. China spreekt nu van 'vrijwillige herscholingskampen', waar terrorisme wordt bestreden.

STER reclame