Rohingya-vluchtelingen lopen over een gesloten markt in het Kutapalong-kamp in Bangladesh AFP

Rohingya-vluchtelingen in Bangladesh hebben met een 'zwijgend protest' herdacht dat ze drie jaar geleden massaal moesten vluchten uit buurland Myanmar, na botsingen met het leger daar. Nadat Rohingya-rebellen op 25 augustus 2017 politie- en legerposten hadden aangevallen, werden honderdduizenden Rohingya het land uitgejaagd. Uiteindelijk kwamen ruim een miljoen vluchtelingen terecht in het Kutapalong-kamp in Bangladesh.

Vanwege een uitbraak van het coronavirus in dat kamp was een grootschalige herdenking van de 'exodus' uit Myanmar vandaag niet mogelijk. In het kamp zijn 88 besmettingen vastgesteld. Zes vluchtelingen zijn overleden aan de gevolgen van corona.

Tegen VN-waarnemers zeiden de vluchtelingen in 2017 dat ze door leden van het Myanmarese leger waren verkracht, gemarteld en vermoord. De VN schreef in een rapport dat er "waarschijnlijk misdaden tegen de menselijkheid waren gepleegd". Ook mensenrechtenorganisaties concludeerden dat Myanmar zich schuldig heeft gemaakt aan gruwelijke schendingen van de mensenrechten, door bijvoorbeeld mannen de keel door te snijden en slachtoffers levend te verbranden.

Gambia beschuldigt Myanmar van genocide en heeft eind vorig jaar een zaak tegen het land aangespannen bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag, die wordt gesteund door Nederland.

Oorlogsmisdaden

Het kan nog wel jaren duren voordat het ICJ met een uitspraak komt over de vermeende genocide. In een soort 'tussenuitspraak' oordeelden de ICJ-rechters begin dit jaar wel dat Myanmar per direct maatregelen moet nemen om de Rohingya-minderheid in het land te beschermen. De leider van de Myanmarese burgerregering, Aung San Suu Kyi, ontkent overigens dat haar land genocide heeft gepleegd. Wel zei ze niet te kunnen uitsluiten dat het leger schuldig is aan oorlogsmisdaden.

De Rohingya vormen een moslimminderheid in het overwegend boeddhistische Myanmar. Ze hebben al decennia problemen met de Myanmarezen, die hen niet zien als volwaardige medeburgers maar als illegale migranten uit Bangladesh. In 2012 kwam het ook al tot een geweldsuitbarsting. Toen staken de boeddhistische inwoners van Myanmar moslimwijken in brand en plunderden ze winkels. De autoriteiten grepen niet in, en tienduizenden Rohingya sloegen op de vlucht.

Kleine kans op terugkeer

De meeste vluchtelingen zitten in het Kutapalong-kamp in Cox's Bazar, in het zuiden van Bangladesh. Dat kamp begint na een paar jaar iets semi-permanents te krijgen, zei correspondent Annemarie Kas in het NOS Radio 1 Journaal. "Iedereen heeft er een provisorisch onderkomen en er zijn winkels en markten waar je groenten en rijst kunt kopen."

Maar er zijn ook signalen dat Bangladesh, dat de Rohingya aanvankelijk ruimhartig heeft opgevangen, daar nu steeds moeilijker over doet, zegt Kas. "Het internet is bijvoorbeeld al maanden afgesloten, de vluchtelingen mogen het kamp niet uit en er is niet echt onderwijs voor kinderen. Dus al met al zijn de omstandigheden er ontzettend treurig."

Toch ziet het er niet naar uit dat de Rohingya-vluchtelingen op korte termijn kunnen terugkeren naar hun thuisland Myanmar. Kas: "Ze stellen daar bepaalde voorwaarden aan, zoals dat ze als burgers willen worden erkend. Maar dat is iets waaraan de regering van Myanmar nooit zal toegeven. Zij vinden dat de Rohingya niet in Myanmar thuishoren. Bovendien zijn hun huizen en dorpen in 2017 afgebrand of zwaar verwoest. Ze hebben dus geen plek om naar terug te keren."

STER reclame