'Top politie en OM onderschatten zaak-Milly'

Aangepast

In de zaak-Milly Boele werd in juli een evaluatiecommissie ingesteld bestaande uit oud-burgemeester Leeuwe, oud-korpschef Velings en oud-procureur-generaal Hulsenbek van het Openbaar Ministerie.

In het onderzoeksrapport van de commissie-Leeuwe, dat vervroegd is vrijgegeven, nadat de NOS er de hand op had weten te leggen, staat dat de leiding van politie en het OM in Dordrecht de vermissing te lang hebben onderschat.

Het 12-jarige meisje uit Dordrecht verdween vorig jaar maart en werd een week later dood teruggevonden in de tuin van buurman Sander V. Die werd in november veroordeeld tot 18 jaar en tbs voor de moord op Milly.

Aansturing

In het rapport (deel I (pdf) en deel II (pdf)) staat dat politiemensen ter plekke "een behoorlijke prestatie" hebben geleverd. Het probleem zat in de aansturing, waardoor het te lang duurde voordat alle mogelijke opsporingsmiddelen werden ingezet.

De commissie ziet vier punten waar de leiding van politie en het OM meer urgentie en aandacht aan had moeten geven. Dat zijn de informatieverzameling tijdens het onderzoek, de urgentie van de vermissing van Milly, de inzet van bijzondere opsporingsmogelijkheden en de communicatie met de media.

Informatie

De familie Boele meldt om 21.00 uur 's avond de verdwijning van hun dochter bij de politie. Om 17.30 uur was ze nog thuis en had ze haar moeder aan de lijn. Ze moest ophangen, zei ze, "omdat de buurman met één van de katten voor de deur stond".

Na de melding zet de politie al het beschikbare personeel op de zaak, maar verzuimt om in de beginuren alle informatie centraal te verzamelen.

Volgens het rapport heeft dit "tot gevolg gehad dat de allereerste informatie (en de laatste informatie van Milly zelf) niet op waarde is geschat. Dit laatste contact met een buurman, die met één van de katten voor de deur stond, was reeds bij het eerste contact met de politie bekend en werd later op de avond in een gesprek met de ouders bevestigd".

Urgentie

De commissie vindt dat de hogere leiding van de politie en het OM de vermissing van Milly te lang als business as usual hebben beschouwd. In het rapport noemen de onderzoekers dit "het meest in het oog springende aspect" van de zaak.

Dagelijks verdwijnen er kinderen, constateert de commissie. Hoewel die meestal snel weer opduiken, moet de politie altijd rekening houden met een ernstig misdrijf. Er waren genoeg aanwijzingen dat dit geen gewone vermissing was.

Milly's jas hangt nog op de kapstok terwijl het buiten rond het vriespunt is. De televisie en de computer staan nog gewoon aan als haar ouders thuiskomen. En het haakje van de voordeur ligt kapot op de grond.

Opsporingsmiddelen

"Bij een zeer ernstige verdwijning past het zo snel mogelijk inzetten van alle mogelijke middelen tot opsporing", staat in het rapport. In de zaak Milly waren er meer mogelijkheden voorhanden.

Zo is er wel aangebeld bij buren, maar niet direct huiszoeking gedaan. Bewoners in de omgeving krijgen een sms'je, maar het veel grotere Amber Alert is pas de volgende dag om half vier 's middags verstuurd. Dat komt omdat het OM en de politie het met elkaar oneens zijn wie de beslissing moet nemen.

Communicatie

Tot slot is de commissie nog kritisch over de communicatie met de media. Terwijl de politie bijna al zeker uitgaat van een misdrijf wordt tegenover de media volgehouden dat alle opties nog open liggen.

Ondanks de aanbevelingen was Milly's leven niet gered als alles goed was gegaan. Volgens de moordenaar, politieman Sander V., heeft hij haar twintig minuten na haar ontvoering al omgebracht.

STER Reclame