Fruitteler Cees Masteling NOS

Nog vijf weken en dan gaat de appel- en perenoogst beginnen. Een ding is al zeker: de opbrengst zal een stuk lager zijn dan in 2019. "Maar wat er hangt, daarvan is de kwaliteit super", zegt fruitteler Cees Masteling in Marknesse.

De Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO) heeft samen met het GroentenFruit Huis een verwachting opgesteld van de komende oogst. De sector denkt dat die met 234 miljoen kilo appels maar liefst 14 procent kleiner zal zijn dan vorig jaar. Het aantal peren zal praktisch gelijk zijn: 373 miljoen kilo.

Begin juli zijn metingen gedaan in boomgaarden verspreid over het land. Door goede weersomstandigheden was er sprake van een regelmatig groeiseizoen. Telers verwachten daarom een kwalitatief goede oogst.

Koude periode

Ook Masteling heeft in de Noordoostpolder te maken met een kleinere oogst. "Hoe dat komt? Door de nachtvorst. We hebben tien nachten moeten beregenen om de vruchten tegen de vorst te beschermen. Maar dat heeft toch wat bloemetjes gekost. Ook een koude periode precies in de bloei was niet gunstig."

En de natuurlijke rui was volgens deze fruitteler dit jaar heftig. "Dan laat de boom een deel van zijn vruchten vallen omdat er te veel aan zitten. Dus daardoor is het aantal stuks wat aan de lage kant", zegt Masteling in het NOS Radio 1 Journaal.

Smaakvolle peren

Maar over de kwaliteit is de teler dus zeer te spreken: "De peren bijvoorbeeld die overleven, zijn dik, mooi en smaakvol. En de appels mooi rond en rood. Niks mis mee."

Nederland telt ongeveer 1000 appel- en perentelers. Maar de peer heeft de afgelopen jaren veel terrein gewonnen. "Appels worden in steeds meer landen geteeld, vooral in het Oostblok. Dus wie appels teelt, heeft te maken met meer concurrentie", zegt Gerard van den Anker, voorzitter van de NFO.

"Op perengebied zijn wij in Nederland zeer innovatief. En Nederland heeft voor peren ook een prima klimaat. Daardoor is de peer lucratiever geworden dan de appel."

STER reclame