Gert-Jan Theunisse op weg naar zijn heroïsche zege op L'Alpe d'Huez in de Tour van 1989 AFP

Lafaards, vond hij ze. Allemaal. Briesend reed Gert-Jan Theunisse in zijn bolletjestrui langs de ploegleiderswagen van PDM.

Eigenlijk hadden zijn teamgenoten Sean Kelly en Raúl Alcalá de aanval moeten openen op de Galibier, de eerste van vier zware klimmen in de koninginnenrit van de Tour van 1989. Zo was het afgesproken. Maar er gebeurde niets.

En dus ging Theunisse zelf maar in de aanval. Dat er nog 130 kilometer te gaan waren, kon hem niets schelen. Ploegleider Jan Gisbers sloeg de handen voor de ogen: "Waarom doet hij dat nou?"

In de achtervolgende groep deed Steven Rooks geen trap te veel. Maar de winnaar van een jaar eerder op Alpe d'Huez voelde zich die dag niet super. "Ik zat in een verdedigende rol, tactisch was er niet veel aan", vertelt Rooks. "En ik wist dat Theunisse dit kon. Zeker toen hij na dat rotstuk tussen Allemons en Bourg d'Oisans, waar de wind altijd tegenstaat, nog twee minuten voorsprong had."

Terwijl Theunisse zich stoïcijns een weg baande tussen de Nederlanders in wit-rode bolletjestruien met zijn beeltenis, moest Rooks Laurent Fignon, Pedro Delgado en Greg LeMond inderdaad laten gaan.

Maar hoe hard die favorieten ook reden, ze kwamen niet in de buurt van de klimmer uit Oss.

Tour de France 1989: Theunisse bekroont monstersolo op Alpe d'Huez

"Na de finish ben ik Gert-Jan in de armen gevlogen. Natuurlijk was ik blij. En later in het hotel hebben we zijn zege ook zeker gevierd, ook al had niet iedereen zich aan de afspraak gehouden. Op zo'n moment moeten irritaties geen rol spelen."

Rooks en Theunisse

Het grote publiek leerde het duo Rooks en Theunisse kennen in de Tour van 1988. Rooks, de ranke ietwat verlegen Noord-Hollander. Theunisse, de enigmatische Brabander met het uiterlijk van een hardrocker.

"We reden al samen bij Panasonic, maar de vriendschap groeide vooral toen we samen bij PDM gingen rijden. We koersten veel samen en gingen samen op hoogtestage naar Tenerife, toen was dat nog vrij bijzonder. En in januari gingen we altijd naar Val Thorens, samen met onze vrouwen. Dan gingen zij skiën en fietsten wij de berg op. Hij was wel meer een trainingsbeest dan ik", vertelt Rooks.

Waar Rooks ging, was Theunisse en andersom. In 1988 werden ze al de nummers een en twee op Alpe d'Huez. "Wij waren aan elkaar gewaagd. In koers hadden we aan een knipoog genoeg."

Steven Rooks, met Gert-Jan Theunisse in zijn wiel ANP

Datzelfde jaar had Rooks ook al even geroken aan de gele trui. Hij werd uiteindelijk tweede, achter Pedro Delgado die ondanks een positieve plas de trui mee naar huis mocht nemen. Ploegmaat Theunisse, die een astronomisch hoog testosterongehalte in zijn lijf bleek te hebben, kreeg wel een tijdstraf van tien minuten aan de broek. Anders was ook hij toen al in de topvijf geëindigd.

Wie is de kopman?

Toch was de status van de twee bij PDM niet onbetwist. In 1989 won de sterrenformatie het ploegenklassement, de groene trui, de rode trui (tussensprint) en de lapjestrui (combinatieklassement). De gele trui bleef echter buiten bereik.

"Wij waren de kopmannen", stelt Rooks resoluut. "Geen kwaad woord over Kelly, als die een gat moest dichtrijden, deed hij dat. Maar Alcalá? Die deed niets. Nooit. Op onze kamer zijn behoorlijk wat krachttermen gevallen. En niet alleen daar. Ook de ploegleiding wist precies hoe wij erover dachten, maar daar gebeurde dan niets mee. Onze ploegleider Jan Gisbers was een prima vent, maar misschien wel te lief. Iemand als Jan Raas had ze van de weg gereden."

Eerlijk is eerlijk, de kans op de eindzege dat jaar verdampte al in de vijfde etappe, een tijdrit van liefst 73 kilometer van Dinard naar Rennes. Alcalá en Kelly verloren ruim vijf minuten op winnaar Greg LeMond, die voor het eerst aantrad met een triatlonstuur.

Voor Rooks en Theunisse was de schade nog groter: ruim zeven minuten. In de Pyreneeën snoepten de twee mondjesmaat wat van hun achterstand af. Het was wachten op de Alpen. Daar zou het alles-of-niets worden.

'Bloed gutste over zijn gezicht'

Maar toen sloeg het noodlot toe. In de overgangsrit van Toulouse naar Montpellier smakte de halve PDM-ploeg tegen het asfalt.

"Het was zo'n lange weg met bomen", herinnert Rooks zich. "We zaten redelijk van voren, maar precies daar vielen ze. Ik sloeg over de kop en kwam neer op mijn heup. Theunisse viel op zijn hoofd, het bloed gutste over zijn gezicht. Fotografen smulden ervan."

Tour de France 1989: Theunisse en Rooks van de kaart na valpartij

De beelden van Theunisse gingen de wereld over, maar misschien waren de gevolgen voor Rooks wel groter. "Ik had de dagen erna veel last van mijn heup. Onze masseurs konden me niet helpen. En dus heb ik gebeld met Co Maas, een osteopaat uit Hippolytushoef, die mij eerder geholpen had. Maas is toen in het vliegtuig naar Frankrijk gestapt. Dat was mijn redding. Hij heeft de boel rechtgezet en een dag later won ik de klimtijdrit."

Theunisse eindigde de Tour van 1989, misschien wel de meest legendarische ooit, als vierde. Rooks zelf werd zevende, voor Alcalá en Kelly. "Gert-Jan had het podium kunnen halen, als hij niet zoveel energie had gestopt in die solo naar Alpe d'Huez."

Oneindig klimmen

Die dag, toen hij briesend en vloekend omhoogfietste, was Theunisse door niets of niemand te stoppen, zoals hij zich ook na zijn loopbaan door niemand liet weerhouden om een berg op Mallorca op te fietsen.

Zelfs een ernstig ongeluk, waardoor hij maandenlang niet kon lopen en een deel van het gevoel in zijn tenen kwijtraakte kon hem niet afremmen. Tot Theunisse last begon te krijgen van flauwtes. Later bleken die flauwtes kleine hartinfarcten te zijn geweest.

Tegenwoordig bepaalt de pacemaker zijn ritme, fietsen is er niet meer bij. Het moet een kwelling zijn voor de geboren klimmer. In een documentaire van Omroep Brabant uit 2011 beschreef hij zijn ideale afscheid: "Een hele lange col, die oneindig doorloopt en ergens doodloopt op het einde."

STER reclame