Kardinaal De Jong ANP

Het aartsbisdom Utrecht dient opnieuw een aanvraag in voor een Yad Vashem-onderscheiding voor kardinaal Jan de Jong (1885-1955). Dat is een Israëlische onderscheiding bedoeld voor niet-Joden die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog tegen de Jodenvervolging hebben verzet en daarbij grote risico's hebben genomen.

Kardinaal De Jong protesteerde tijdens de oorlog herhaaldelijk openlijk tegen de Duitse bezetter en ook tegen de maatregelen tegen Joden en de deportaties van Joden.

Het aartsbisdom deed al eerder een aanvraag voor De Jong, maar trok die in 2018 weer in, omdat er aanwijzingen waren dat hij en een naaste medewerker na de oorlog hebben geprobeerd te voorkomen dat een beruchte katholieke oorlogsmisdadiger de doodstraf zou krijgen. Die oorlogsmisdadiger was de SS'er Willem van de Loo, een neef van een naaste medewerker van De Jong.

Het aartsbisdom vraagt Israël nu opnieuw om de eervolle onderscheiding, omdat historicus Joep van Gennip bewijzen heeft gevonden dat De Jong pertinent geweigerd heeft Van de Loo hulp te bieden. Die stukken bevinden zich in het archief van het aartsbisdom en zijn openbaar.

SS-eenheid

Willem van de Loo (1909-1981) was als lid van een speciale SS-eenheid (het commando-Pieters) in de laatste weken van de bezetting actief betrokken bij het martelen en vermoorden van verzetsmensen. Onder zijn slachtoffers waren ook Joden. Hij en twee andere leden van zijn eenheid werden in juni 1949 ter dood veroordeeld.

Van de Loo ging in hoger beroep. Uit een archiefstuk van het aartsbisdom blijkt dat de hoofdaalmoezenier van het kamp waar Van de Loo gevangen zat aan kardinaal De Jong heeft gevraagd of hij een gratieverzoek voor Van de Loo wilde indienen en ook voor twaalf andere katholieke terdoodveroordeelden. De Jong antwoordde dat hij dat niet zou doen. Hij en zijn naaste medewerker, monseigneur Felix van de Loo, waren tot de conclusie gekomen dat de gepleegde misdrijven "te erg" waren.

De misdrijven van Van de Loo waren "te erg" vond De Jong Archief aartsbisdom Urecht

Voordat de zaak in hoger beroep kwam, verzocht de hoofdaalmoezenier van de justitiële inrichtingen De Jong met klem om niet in gesprek te gaan met de echtgenote van Willem van de Loo. Zij wilde dat De Jong zijn invloed zou aanwenden om voor haar man een lichtere straf te krijgen. De hoofdaalmoezenier was in principe voorstander van mildere straffen, maar vond "dat in dit geval het recht zijn loop moest hebben".

Er is geen bewijs voorhanden dat De Jong er anders over dacht. Uiteindelijk ontliep Van de Loo het vuurpeloton, omdat hij ontoerekeningsvatbaar werd verklaard. Hij kreeg enkele jaren gevangenisstraf met dwangverpleging en kwam in 1956 vrij nadat hij was uitbehandeld.

STER reclame