ANP

Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en bestuurders in het Groningse aardbevingsgebied zijn het oneens over de invoering van een nieuwe veiligheidsnorm voor aardbevingsbestendig bouwen.

De bestaande norm - bedoeld om te bepalen of een gebouw sterk genoeg is om een aardbeving te doorstaan - is vernieuwd op basis van technologische ontwikkelingen en de nieuwste wetenschappelijke inzichten. De nieuwe norm moet vanaf 1 juli gelden bij het bouwen van nieuwe huizen en het verstevigen van bestaande woningen.

De provincie Groningen en gemeenten in het aardbevingsgebied willen dat voorkomen. De invoering zorgt volgens hen voor een nog grotere tweedeling in het aardbevingsgebied en leidt bovendien tot vertraging van de versterking.

Onnodig versterkingswerk

Het SodM zegt dat er juist onnodige vertraging ontstaat als de norm niet wordt ingevoerd. "Het geven van versterkingsadviezen die gebaseerd zijn op verouderde inzichten, leidt ertoe dat er onnodig versterkingswerk aan woningen verricht gaat worden", zegt inspecteur-generaal Theodor Kockelkoren van het SodM tegen RTV Noord.

Dat zou volgens Kockelkoren gevolgen hebben voor de huizen die daarna aan de beurt zijn. "Het is niet oké als mensen moeten wachten op hun veiligheid, als gevolg van het nemen van maatregelen die voor de veiligheid eigenlijk niet nodig zijn."

Volstrekt onacceptabel

De Groningse provinciebestuurder Henk Staghouwer is het met het SodM eens dat veiligheid het belangrijkste is. "Maar we willen nu ook rust voor onze inwoners. Kijk even naar de praktijk: er zijn dit jaar elf woningen versterkt. Dat is volstrekt onacceptabel."

"Maar ik zie ook dat er nu heel hard gewerkt wordt om te versnellen", vervolgt hij. "En in de praktijk betekent een nieuwe normering een stroperiger proces. We willen een versnelling van de versterking en dat betekent dat de processen die nu zijn ingezet ook door moeten gaan. Als daar even wat meer tijd voor nodig is door volgens de nu bestaande norm te werken, dan is dat volstrekt legitiem."

Opmerkelijk standpunt

Het feit dat de regio nu tegen het advies van de toezichthouder ingaat, is opmerkelijk. Tot op heden werd minister Wiebes van Economische Zaken vrijwel altijd door de regio gewezen op adviezen van het SodM, omdat die adviezen de regionale bestuurders gunstig gezind waren. Nu ligt dat dus anders.

Minister Wiebes heeft het advies van het SodM naar de Tweede Kamer gestuurd. Ook in de Kamer gaan stemmen op om de vernieuwde norm voorlopig niet in te voeren. Binnenkort, in ieder geval voor 1 juli, wordt een definitief besluit genomen.

STER reclame