Jaap van Dissel en Jacco Wallinga NOS

Over ruim een maand beginnen de eerste schoolvakanties. Maar het is nog te vroeg om te kunnen zeggen of Nederlanders dan weer gewoon op vakantie kunnen naar het buitenland, zei premier Rutte deze week. Volgende week moet daarover meer duidelijkheid komen.

Bij het RIVM zien ze, naast enkele praktische bezwaren, geen grote risico's als het gaat om reizen naar landen waar ze net als Nederland weinig besmettingen hebben. Het gaat vooral om het gedrag van Nederlanders op vakantie. "Je moet je aanpassen aan de regels die daar heersen, en je houden aan de Nederlandse regels", zeggen hoofd infectieziektebestrijding Jaap van Dissel en Jacco Wallinga, verantwoordelijk voor de rekenmodellen.

De NOS sprak met hen over verschillen tussen vakantielanden. En over de mogelijkheid om besmet te worden door kleine druppeltjes die lang blijven zweven; de zogeheten aerosolen waar het deze week veel over ging.

In Frankrijk gaat de grens weer open voor toeristen. Is er iets op tegen om te reizen naar landen met minder of net zoveel besmettingen als Nederland?

Wallinga: "Als je gewoon kijkt wat de kans op besmetting is, dan zal dat weinig uitmaken in Nederland of in Frankrijk. De algemene regel is: het is goed om drukte te vermijden en afstand te houden. Dat is het punt bij vakanties: je zit lange tijd bij elkaar in een auto, bus of vliegtuig."

Wat is het theoretisch risico? Is het riskant om naar het buitenland te reizen?

Wallinga: "Volgens mij niet. Er is wel een praktisch probleem: als je toch onverhoopt een infectie krijgt, en je zit in Frankrijk, dan moet daar de contactopsporing worden gedaan. En misschien zitten die contacten wel weer in Nederland."

Is het daarbij belangrijk dat in de landen waar naartoe gereisd wordt dezelfde maatregelen gelden als Nederland?

Van Dissel: "In Zweden wordt een echt ander beleid gevolgd. Daar is misschien meer onzekerheid of de infectie in dezelfde mate onder controle is als in Nederland, Frankrijk en Duitsland. Ik denk dat het vooral om praktische punten gaat. Naast vervoer ook het verblijf: zit je in een huis of op de camping? Wat je doet: ben je vooral binnen of buiten? Maar de essentie blijft dat je dezelfde regels aanhoudt als in Nederland, plus eventueel de aanpassingen. Dat als Spanje of Duitsland aangeven dat je in de supermarkt ook een mondkapje moet dragen, en een Hollander zegt: 'Ik kom uit Holland, voor mij geldt dat niet'. Daar kan hij een probleem mee krijgen."

Frankrijk is dus logischer om heen te gaan dan Zweden?

Van Dissel: "Die redenatie vind ik heel begrijpelijk. Je had het immers over landen met een vergelijkbare epidemiologische situatie. In Zweden is dat er op dit moment niet. Daar is het minder onder controle, met wat wij nu zien."

Deze week ging opnieuw veel over de zogenaamde aerosolen: nevels met kleine druppeltjes die lang in de lucht blijven zweven. Bij het RIVM gaan ze ervan uit dat het vooral de grote druppels zijn die voor besmettingen zorgen. Andere virologen achten het aannemelijk dat ook de nevels een rol kunnen spelen en andere maatregelen nodig zijn.

Wat weten we over de mogelijke besmetting via aerosolen?

Van Dissel: "De discussie over aerosolen is deels semantiek. Als iemand spreekt, schreeuwt, hoest, niest, dan krijg je wolken van lucht met druppeltjes erin. En die druppeltjes hebben verschillende groottes. Als je een druppeltje hebt van 10, 1 of 0,1 micrometer, dan verschillen die qua volume steeds een factor duizend. Dus je kunt je voorstellen dat grote druppels gemiddeld veel meer virus bevatten dan kleine druppels."

In alle landen waar men 1,5 meter afstand aanhoudt, heeft dat geleid tot een afname van het aantal besmettingen.

Jaap van Dissel

Wallinga en Van Dissel gaan er daarom van uit dat het coronavirus zich vooral verspreidt via grote druppels, en nauwelijks via nevels. Omdat grote druppels binnen 1,5 meter naar beneden vallen, "met een ballistische boog, als een kanonskogel", wordt daarom de 1,5 meter aangehouden. Virussen die zich verspreiden via nevels, doen dat bovendien veel sneller, is de gedachte. Terwijl bij het coronavirus het aantal personen dat gemiddeld door een ander persoon besmet wordt 2 tot 2,5 is (zonder maatregelen), is dat bij virussen met veel aerogene infecties veel hoger, minimaal 12 tot 18, zegt Van Dissel.

"In de praktijk weten we dat het natuurlijk geen zwart-wit verhaal is. Dat hoeft ook niet. Maar de essentie is: wat zijn de maatregelen die de grootste risicovermindering geven? En dan zie je bij covid-19 dat in alle landen waar men 1,5 meter aanhoudt het geleid heeft tot een afname van het aantal besmettingen. Dat is gewoon de realiteit."

Onderzoek van de UVA toonde deze week aan dat in een niet geventileerde ruimte na vijf minuten de helft van de aerosolen nog in de lucht aanwezig kan zijn. Is dat een nieuw inzicht?

Van Dissel: "Nee. Aerosolen kunnen heel lang in de lucht hangen. Daarom zie je ook grondmist. Ik rijd er bijna elke dag doorheen. De vraag is: hoeveel virus zit er in? En als je aantoont dat het RNA, het erfelijk materiaal van het virus er in zit, is het alsnog de vraag of het besmettelijk is. Dat is nog niet aangetoond. Er is een groot aantal studies waarin men het RNA van het virus in kleine druppels aantoont, maar waar je met geen mogelijkheid iemand ziek mee kan krijgen."

Christian Drosten, jullie Duitse collega, zei deze week: "Natuurlijk spelen druppels een rol. Maar als je alles in de weegschaal legt, dan spelen die druppels waarschijnlijk een minder grote rol dan de verspreiding via aerosolen."

Van Dissel: "Ik hoef toch niet uit te leggen wat iemand anders zegt? Dat moet je echt aan hem vragen. En ik vraag me af als ik met hem in gesprek zou zijn, of er zo'n groot verschil zou zijn."

Hoe zit het met de virusuitbraken die plaats hebben gevonden bij koren, of die Duitse kerk waar gezongen is? Zijn dat geen aanwijzingen dat nevels een rol spelen?

Van Dissel: "Er zijn altijd uitzonderingen. Waar je overigens nooit in detail terug kan gaan wanneer nou precies de besmetting plaatsvond. Bijvoorbeeld bij het nieuws over een van die koren, heb ik ook gehoord dat het meer aan de koffiepauze lijkt te zijn gerelateerd dan aan het zingen. Maar dat terzijde. De vraag is of dit op speciale situaties duidt, of dat het een uitzondering is. Dat is lang niet helemaal helder."

We zitten nu in een nieuwe fase. En dan zijn zogeheten superspreading events toch belangrijk, omdat ze voor nieuwe uitbraken kunnen zorgen? Ook al zijn het uitzonderingen.

Van Dissel: "We zijn een soort portfolio aan het opbouwen van specifieke gebeurtenissen waar we misschien extra maatregelen moeten nemen. In bijvoorbeeld zingen willen we ons nog verder verdiepen, juist omdat we ons realiseren wat je net zei. Is het nou het zingen specifiek? Of zijn het de gebeurtenissen rondom het zingen? Of de eigenschappen van zo'n ruimte? Daar willen we graag helderheid in hebben."

Christian Drosten zei ook: "In het dagelijks leven moet u zich misschien meer concentreren op ventilatie en minder op constant afvegen en desinfecteren."

Van Dissel: "Ventileren vinden wij ook heel belangrijk. Dat is een van de dingen die bij sportscholen van belang zijn. Ventilatie heeft bijvoorbeeld ook effect op grote druppels die op materialen neerkomen. In die zin kan ik hem helemaal volgen."

STER reclame