Het stadhuis van Nijmegen, een van de deelnemende gemeenten ANP

Mensen die niet hoeven te solliciteren en ook geen tegenprestatie hoeven te leveren voor hun uitkering blijven niet langer in de bijstand dan mensen die dat wel moeten. Dat blijkt volgens het Centraal Planbureau uit experimenten met de bijstand in zes gemeenten.

Als mensen extra begeleiding en meer mogelijkheden tot bijverdienen krijgen, vinden ze soms wel wat vaker een deeltijdbaan. Maar de effecten van zo'n andere aanpak zijn niet erg groot, zegt het CPB.

Andere aanpak

De zes gemeenten deelden bijstandsgerechtigden op in verschillende groepen die een andere aanpak kregen en een controlegroep die de standaardbehandeling kreeg. Na zo'n twee jaar werd dan gekeken of mensen vaker (deeltijd)werk hadden gevonden.

Twee van de zes gemeenten, Utrecht en Nijmegen, kwamen eerder al met hun resultaten naar buiten. Utrecht zei toen dat een andere behandeling licht positieve resultaten opleverde. Maar Nijmegen zei dat er daar geen positief effect was op de uitstroom naar een baan.

Volgens het CPB is er meer onderzoek nodig naar de precieze effecten van verschillende behandelingen, ook omdat er voor groepen soms meerdere dingen anders waren dan de standaardbehandeling, zoals bijvoorbeeld en meer begeleiding en meer mogen verdienen. En dan is niet duidelijk welke verandering zorgde voor een effect. Ook werden mensen maar zo'n twee jaar gevolgd en dat zou eigenlijk langer moeten zijn.

Experimenteren in plaats van basisinkomen

In 2017 besloot toenmalig staatssecretaris Klijnsma dat een aantal gemeenten de regels voor bijstand tijdelijk mocht versoepelen als experiment. Dat besluit kwam toen de gemeente Terneuzen bijstandsgerechtigden een basisinkomen wilde geven van 993 euro per maand zonder enige verplichting. Dat experiment was volgens het ministerie van Sociale Zaken in strijd met de wet en werd daarom afgeblazen.

STER reclame