Windpark in aanbouw op de Noordzee
NOS Nieuws

Lage stroomprijs maakt subsidieloos windpark op zee 'tijdelijk feestje'

  • Rob Koster

    Economieverslaggever

  • Rob Koster

    Economieverslaggever

De zonnige lente gecombineerd met harde wind zorgden dit jaar voor recordhoeveelheden duurzame elektriciteit. Maar tegelijkertijd stortte de vraag naar energie in vanwege de coronacrisis. Hierdoor daalde de elektriciteitsprijs naar een dieptepunt. Op een flink aantal dagen was de elektriciteitsprijs zelfs even negatief, wat betekent dat leveranciers afnemers betalen in plaats van andersom.

De bouw van enorme windmolenparken voor de Nederlandse kust wordt hierdoor risicovoller. Subsidieloos bouwen is "een tijdelijk feestje", denkt de industrie. Met andere woorden: subsidie is volgens de bedrijven nodig om windparken rendabel te houden.

Eerste grote windpark op zee actief

Op het strand van het Zeeuwse Westkapelle staan ze straks op 23 kilometer afstand als luciferhoutjes aan de horizon, de 171 turbines van het windpark Borssele. De eerste windmolens leveren sinds kort stroom aan het elektriciteitsnetwerk. Begin volgend jaar zijn ze allemaal klaar en levert Borssele een hoeveelheid elektriciteit die gelijk is aan het verbruik van twee miljoen huishoudens.

Rob Koster voer naar het windpark om te horen wat nou precies de problemen zijn:

Is er toekomst voor grote windmolenparken?

Er moeten de komende jaren een paar duizend windturbines gebouwd worden voor de Nederlandse kust. Hierdoor kan in 2030 70 procent van de elektriciteit duurzaam zijn, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord.

Hieronder zie je waar al windparken zijn en welke er de komende jaren worden komen:

Het eerste grote windpark voor de Zeeuwse kust wordt nog gesubsidieerd. Een tweede park voor de Zuid-Hollandse kust en een derde park voor de Noord-Hollandse kust worden zonder subsidie gebouwd. Windenergie op zee is het succes van het Nederlandse klimaatbeleid, vanwege de grote hoeveelheden duurzame elektriciteit die het oplevert en vanwege de politieke overwinning om de parken zonder subsidie aan te besteden.

Klimaatakkoord in gevaar

"Dat is denk ik maar een tijdelijk feestje", zegt Pieter van Oord, bestuursvoorzitter van het gelijknamige bagger- en offshorebedrijf. Van Oord bouwt voor Shell en Eneco de helft van windpark Borssele en legt de kabels voor de andere helft. Van Oord noemt de huidige elektriciteitsprijs zorgelijk: "Het zou kunnen dat als de elektriciteitsprijs wat langer zo laag blijft, wij de klimaatdoelstellingen niet halen."

Het Deense energiebedrijf Orsted bouwt de eerste helft van Borssele en deelt de vrees: "Op termijn zijn subsidieloze 'tenders' en zeker veilingen geen duurzame manier van aanbesteding", zegt Steven Engels, directeur West-Europa bij Orsted. "Het risico voor het halen van de Nederlandse klimaatdoelstellingen is dat kapitaal naar andere minder risicovolle markten gaat stromen." De zorgen worden onderschreven in een recent rapport van onderzoeksbureau Afry in opdracht van het ministerie voor Economische Zaken en Klimaat.

Orsted is wereldmarktleider in windenergie op zee en Van Oord is de grootste Nederlandse speler in de bouw van windmolenparken. Beide bedrijven opereren niet alleen in veel Europese landen, maar ook in Noord-Amerika en Azië. Als ze hun personeel en materieel met minder risico ergens anders in kunnen zetten, wordt de Nederlandse markt minder interessant.

Het Zweedse Vattenfall is al afgehaakt voor de bouw van het park voor de Noord-Hollandse kust, net als het Duitse ENBW. Tot nu toe hebben alleen Shell/Eneco en Orsted bekendgemaakt dat ze het park willen gaan bouwen.

Toch weer subsidie?

Om er zeker van te zijn dat de klimaatdoelen voor 2030 gehaald worden, pleit Van Oord voor de aanbestedingsprocedure zoals die in Frankrijk, Engeland en Denemarken wordt gebruikt. De overheid financiert mee als de elektriciteitsprijs onder een afgesproken niveau daalt. Een soort hypotheekgarantie voor de bouw van windmolenparken op zee.

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat wil nog niet terug naar subsidie, maar erkent dat het bouwen van de windmolenparken betaalbaar moet blijven. Net als Orsted ziet minister Wiebes mogelijkheden voor de combinatie van windparken en waterstof. Verder zou de overstap van kolen en gas naar elektriciteit door de industrie meer garantie moeten geven voor een rendabele exploitatie van de windparken.

Windturbines in het offshore windpark Egmond aan Zee, het eerste grote windpark voor de Nederlandse kust is gebouwd

Met de bouw van de windmolenparken voor de Nederlandse kust zijn tientallen miljarden gemoeid. Dat geld gaat voor een groot deel naar Denemarken en Duitsland, waar de windturbines gebouwd worden. Grote bedrijven als Van Oord hebben kortgeleden bij premier Rutte op het Catshuis gepleit voor meer aandacht voor de Nederlandse industrie in de aanbestedingsprocedure.

'Roomser dan de paus'

Volgens Van Oord is Nederland op dat punt roomser dan de paus. Engeland en Frankrijk hebben afgedwongen dat een deel van de productie van de windturbines in hun eigen land gebeurt. "Ik zou ervoor pleiten bij de grote fabrikanten van windturbines en elektriciteitskabels dat die voor een deel in ook Nederland gebouwd worden", zegt Pieter van Oord.

Steven Engels van Orsted denkt dat het afdwingen van productie in eigen land kostenverhogend werkt: "Europese samenwerking is de toekomst, Frankrijk heeft de fabriek binnengesleept maar betaalt daar een hoge prijs voor terwijl Nederland miljarden euro's subsidie bespaart. Vanuit macro-economisch perspectief is het niet logisch, ook bij onze projecten in andere landen is bijna altijd een Nederlands bedrijf betrokken."

Deel artikel:

Advertentie via Ster.nl