Botjan (rechts) in 2007, toen hij de hoogste Russische onderscheiding kreeg van president Poetin AFP

Een Russische geheim agent die tijdens de Tweede Wereldoorlog voorkwam dat de nazi's de Poolse stad Krakau vernietigden, is overleden. Aleksej Botjan werd 103 jaar.

Botjan groeide op in Polen, in een gebied dat nu hoort bij Wit-Rusland. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, sloot hij zich aan bij het Poolse leger. Maar toen de Duitsers Polen hadden veroverd, vluchtte hij naar de Sovjet-Unie en meldde hij zich bij het Rode Leger.

Munitiedepot in kasteel

Door de Sovjets werd hij opgeleid voor missies in vijandelijk gebied. In die rol werd hij in 1944 naar zijn geliefde Polen gestuurd. Daar leidde hij in januari 1945 de missie waar hij in 2007 de titel Held van de Russische Federatie voor kreeg; de hoogste onderscheiding in Rusland.

Botjan blies een munitiedepot op in een kasteel, waardoor de nazi's een dam bij de Poolse stad Krakau niet konden vernietigen. De Duitsers wilden met het opblazen van de dam Krakau onder water zetten. Dankzij de actie van Botjan kwam Krakau als een van de weinige Poolse steden de Tweede Wereldoorlog ongeschonden door.

Geromantiseerd

Na de oorlog werkte Botjan tot 1989 voor de geheime dienst van de Sovjet-Unie, de KGB. Zijn verhaal werd opgeschreven in een boek, dat in de jaren zestig werd verfilmd in de Sovjet-Unie.

Door Poolse historici zijn de afgelopen jaren overigens wel kanttekeningen geplaatst bij de heldenrol van Botjan. Hoewel hij ook in Polen de hoogste militaire titel kreeg, zou Rusland zijn verhaal onder president Poetin deels hebben geromantiseerd voor nationalistische doeleinden.

Poetin omschreef Botjan in een persbericht over zijn overlijden vandaag als een "legendarische inlichtingenofficier en een buitengewoon persoon" die voor altijd deel zal uitmaken van de Russische en wereldgeschiedenis.

STER reclame