Bezoeker tentoonstelling NOS

Een tiende van de Amerikaanse bevrijders in de Tweede Wereldoorlog was zwart. Maar weinig mensen weten daarvan af, zegt Marga Altena, historicus en een van de makers van de tentoonstelling Zwarte bevrijders: Afro-Amerikaanse soldaten in Nederland. Die is vandaag geopend in het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies.

"Wanneer Nederlanders praten over bevrijders denken ze aan witte Amerikaanse, Canadese, Engelse en misschien aan Poolse soldaten", vertelt Altena. "Ondanks hun verdiensten verdwenen de zwarte militairen na de oorlog snel uit de geschiedschrijving en uit de nationale herdenkingen."

Met de tentoonstelling willen de makers de aandacht vestigen op de zwarte bevrijders. Er zijn historische objecten te zien en zes kunstig geweven wandkleden, die enkele hoofdstukken uit de geschiedenis van zwarte Amerikaanse soldaten in de Tweede Wereldoorlog illustreren.

Gesegregeerd leger

Zo gaat er een over de segregatie in het thuisland, waar zwarte mensen als tweederangsburger werden behandeld, en over de segregatie in het leger. Want ook hier werden zwarte en witte militairen van elkaar gescheiden in aparte eenheden, anders dan wat de propaganda-posters van het Amerikaanse leger deden vermoeden.

Zwart legerpersoneel had in eerste instantie vooral een dienstverlenende functie. Ze werkten in wasserijen en keukens, waren mijnenruimers, monteurs, grafdelvers en vrachtwagenchauffeurs.

"Een zwarte militair met een geweer, dat werd niet vertrouwd", vertelt Altena. Dat blijkt ook uit een uitspraak die de Amerikaanse generaal George Patton destijds deed: "Een zwarte militair kan niet snel genoeg denken om te vechten."

Toch waren er ook Afro-Amerikaanse soldaten die daadwerkelijk meevochten. Zo hebben zwarte tankbataljons zich uiterst verdienstelijk gemaakt bij het Ardennenoffensief en was het een zwarte eenheid die Venlo bevrijdde.

Tientallen bevrijdingskinderen

In Nederland werden de zwarte bevrijders doorgaans met open armen ontvangen. "Mensen waren vooral heel dankbaar", vertelt Altena. "Ze waren uitzinnig dat ze weer vrij konden zijn. En daar werden mensen ook seksueel losbandig van."

Naar verluidt zijn er in ieder geval in Limburg rond de zeventig bevrijdingskinderen geboren van zwarte Amerikanen. Gegevens over de rest van Nederland zijn niet bekend.

Na de oorlog, toen de bevrijdingsroes voorbij was, werden de (vaak ongetrouwde) moeders van deze kinderen slecht behandeld. Ze moesten hun kind afstaan of werden verstoten door de familie.

De (dubbelbloed)kinderen groeiden vervolgens op in een witte maatschappij - zeker Limburg kende toen nog geen gekleurden - en werden regelmatig blootgesteld aan discriminatie. "De pijn die dit tot gevolg heeft, ebt vaak generaties door", vertelt kunstenaar Brian Elstak, die betrokken is bij de tentoonstelling.

De makers van de tentoonstelling: Brian Elstak, Marga Altena en Lyanne Tonk NOS

"Men denkt in Nederland soms dat zwarte en witte mensen geen link hebben met elkaar, maar die hebben we dus wel. Er zijn zwarte militairen geweest die Nederland hebben geholpen te bevrijden en die hier nakomelingen hebben."

Elstak vindt het belangrijk Nederlanders te wijzen op die link. "Als je meer weet van elkaars verleden, wordt het makkelijker in de toekomst met elkaar samen te leven. Je hebt meer begrip voor elkaar."

Volgens de makers is het verhaal dat in de tentoonstelling wordt verteld nog maar het topje van de ijsberg. "Er zijn bijvoorbeeld ook Surinaamse en Marokkaanse soldaten geweest", licht Elstak toe. "Het verhaal dat wij vertellen over de Afro-Amerikaanse militairen staat symbool voor vele andere verhalen."

STER reclame