Het Rijksmuseum toont vanaf morgen het meesterwerk van Paulus van Vianen, de beroemdste edelsmid uit de Nederlandse geschiedenis. Het is een beker, gemaakt van puur goud, die wordt beschouwd als de belangrijkste schat van de Oranjes.

Dit is hem:

De beker is gemaakt in 1610 en kwam in de 19e eeuw in bezit van het Nederlandse koningshuis. Sinds 1881 was de kunstschat Duits privé-bezit. Vorig jaar werd die onverwacht aan het museum aangeboden. De familie Wessels, rijk geworden in de bouw, was bereid de beker te kopen en in langdurig bruikleen te geven aan het Rijksmuseum.

Directeur Taco Dibbits is opgetogen: "Paulus van Vianen is voor de edelsmeedkunst wat Rembrandt is voor de schilderkunst. Het is fantastisch dat de familie Wessels het mogelijk maakt dat deze gouden schat nu voor iedereen te zien is."

Het is het allerbeste wat je kunt krijgen en dan ook nog in goud.

Taco Dibbets, directeur Rijksmuseum

De beker ziet er nog prachtig uit, ook al is hij heel oud. "Puur goud is natuurlijk iets magisch, dus het schittert je tegemoet", vertelt Dibbets in het NOS Radio 1 Journaal. "Het bijzondere van goud is dat het niet beslaat, dus je hoeft het ook niet te poetsen, zoals zilver bijvoorbeeld. Hij is dan ook nauwelijks versleten."

De beker heeft een heel klassieke vorm die teruggaat op de oudheid, de tijd van de Romeinen. "De maker, Paulus van Vianen, was een enorme virtuoos. Er staat een heel gedetailleerd verhaal op. We begrijpen nog steeds niet hoe hij zo precies kon werken. Qua edelsmeedkunst is het het allerbeste wat je kunt krijgen en dan is het ook nog van goud",zegt Dibbets.

De beker is gemaakt in opdracht van de hertog van Braunschweig-Lüneburg die een hoge positie had aan het Praagse keizerlijke hof. In 1623 kwam het zeldzame kunstwerk via zijn dochter Sophie, die getrouwd was met de stadhouder van Friesland en Drenthe, naar Leeuwarden en vervolgens naar Den Haag. Tot 1881 was het in bezit van het koningshuis.

De schoonheid ervan is zo verbluffend dat het niet is gemaakt om uit te drinken. Het is echt om naar te kijken.

Taco Dibbets, directeur Rijksmuseum

Bezoekers mogen de beker niet aanraken, maar kunnen hem nu wel van heel dichtbij bekijken in een vitrine in de Eregalerij, de centrale hal van het Rijksmuseum.

"Het is iets heel bijzonders. Al voor het Rijksmuseum gebouwd werd in de 19e eeuw, wilden we deze beker zo graag tentoonstellen, dat we een kopie hadden laten maken", zegt Dibbits. "Die hebben we nu naast de echte gezet en de echte is duizend keer beter. De oude is wat modderig en vederlicht, want die was natuurlijk niet van massief goud."

"Paulus van Vianen was rond 1600 de allerbeste edelsmid die er was, ook buiten Nederland. Dus het is iets wat we heel graag wilden tonen." De directeur van het Rijksmuseum noemt Van Vianen een totale vernieuwer. "Hij deed dingen met goud en zilver die nog nooit iemand had gedaan. De schoonheid ervan is zo verbluffend dat het niet is gemaakt om uit te drinken. Het is echt om naar te kijken."

STER reclame