ANP

Twintig procent van de mensen die werk vindt vanuit de bijstand, doet binnen een jaar weer een beroep op een uitkering. Na vijf jaar is dat 35 procent, blijkt uit onderzoek van Divosa, de koepel van sociale diensten.

De belangrijkste reden dat mensen de bijstand verlaten is het vinden van werk. Ook gebeurt het dat mensen geen bijstand meer krijgen omdat ze weigeren onderwijs te volgen of niet op komen dagen bij reïntegratiegesprekken.

Wie een baan vindt en daarom geen uitkering meer nodig heeft, valt minder snel terug, zegt Divosa.

Elk uurtje telt

Hoe langer iemand een uitkering heeft gehad, hoe moeilijker het is om uit de bijstand te blijven, zegt Marije van Dodeweerd, onderzoeker bij Divosa. "Als je langdurig in de bijstand zit, is het zeer lastig om weer aan het werk te gaan."

De grootste groep, 62 procent, keert één keer terug in de bijstand. Zo'n 25 procent valt twee keer terug. Maar die herinstroom is niet per definitie negatief, zegt Van Dodeweerd. "Wie werk vindt, kan voor zichzelf zorgen. Ook al is het maar van korte duur, elk gewerkt uurtje telt."

Verschillen tussen gemeenten

Er zijn grote verschillen tussen gemeenten, zegt Van Dodeweerd. De hoogte van het aantal herinstromers wordt mede bepaald door de regionale arbeidsmarkt. "Is er veel flexwerk, dan komen mensen doorgaans makkelijker aan het werk."

Divosa hoopt dat gemeenten van elkaar leren om te kijken hoe zij herinstroom in de bijstand kunnen voorkomen. Zo is in Almere de herinstroom het afgelopen jaar gehalveerd. Dit komt doordat daar meer passend werk wordt gezocht, waardoor mensen langer uit de bijstand blijven, zegt Divosa.

STER reclame