nos
NOS Nieuws Binnenland Economie

'Bodemkwaliteitskaarten' moeten bouw- en baggerwerk weer op gang brengen

Veel gemeenten hebben op dit moment geen idee hoeveel van de giftige stoffengroep PFAS er bij hen in de grond zit. Ze zijn hard bezig om daar wel achter te komen door een bodemkwaliteitskaart op te laten stellen, waarin PFAS is meegenomen. Dat blijkt uit een rondgang van de NOS onder tientallen gemeenten.

Ingenieursbureaus, veldwerkers en laboratoria hebben het druk door de snelle toegenomen vraag naar bodemkwaliteitskaarten. "We weten dat veel gemeenten hier mee bezig zijn, en we dringen er ook op aan", laat een woordvoerder van het ministerie weten.

Van grondmonster tot eindproduct: zo wordt een bodemkaart gemaakt:

Zo wordt het gehalte PFAS in de grond in kaart gebracht

De verscherpte PFAS-norm was één van de redenen dat bouwers en baggeraars op 30 oktober protesteerden op het Malieveld in Den Haag. Omdat op veel plekken de grond niet zomaar verplaatst mag worden, liggen projecten stil.

Branchevereniging Cumela, van ondernemers in groen, grond en infra, zei eerder in het NOS Radio 1 Journaal dat hun leden zo'n 100 miljoen euro omzet vrezen mis te lopen door de bouwstop. 6000 mensen zouden hun baan dreigen te verliezen, veel tijdelijke krachten en zzp'ers zouden al thuis zitten.

Tegelijkertijd zijn er ook zorgen over de gezondheidsrisico's van PFAS. Het is mogelijk kankerverwekkend, en het komt steeds meer voor in de grond. Dat komt door de uitstoot van fabrieken, en het gebruik van producten waar PFAS stoffen in zitten, zoals blusschuim.

Minister Van Veldhoven van Milieu heeft eerder aangegeven dat ze de strenge norm opstelt omdat we nog niet genoeg weten over de manier waarop de stoffen zich verspreiden, en hoe schadelijk het is voor mensen. Vandaar de strenge voorzorgsmaatregel.

Drukke tijden

Een bodemkwaliteitskaart waar PFAS in meegenomen is, kan dus ruimte bieden aan de bouwers en baggeraars. Ingenieursbureau Lievense, marktleider op het gebied van bodemkwaliteitskaarten, is op dit moment voor 25 gemeenten aan het werk. "Normaal gesproken krijgen we dit soort aanvragen verspreid over een periode, maar nu komt alles tegelijkertijd", zegt Jeroen Spronk, adviseur bodembeleid.

In een team van drie - twee technisch analisten en Spronk zelf - werken ze aan de bodemkwaliteitskaarten. Daarvoor zijn meetgegevens nodig, grondmonsters waar de concentratie PFAS in gemeten is. Het nemen van die grondmonsters wordt gedaan door veldwerkers. In de gemeente Haarlem worden in drie dagen op veertig plekken grondmonsters genomen.

Laboratoria breiden uit

Die monsters gaan vervolgens naar gespecialiseerde laboratoria, waar onderzocht wordt hoeveel PFAS er in zit. Ook daar merken ze de drukte. "Ik schat dat in 50 tot 60 procent van de grondmonsters die wij binnenkrijgen, PFAS wordt aangevraagd", zegt Jaap-Willem Hutter, technisch directeur bij Synlab in Hoogvliet. "Dat is een enorme uitbreidingscapaciteit die we hebben moeten doen de afgelopen maanden."

Daardoor kunnen ze de vraag sinds een maand weer beter aan. De levertermijn is nu 5 tot 7 werkdagen, maar een paar maanden geleden was dat een stuk langer.

1 december

De onderzoekers in Synlab treffen veel PFAS aan in de grond, vooral in kleine concentraties. Of dat meevalt, of tegenvalt is aan het RIVM om te beoordelen, zegt Hutter.

Het RIVM is hard bezig een nieuwe grenswaarde vast te stellen, op verzoek van minister Van Veldhoven. Zij heeft het instituut gevraagd om zo snel mogelijk te bepalen wat een veilige norm is voor PFAS in de bodem. Het doel is dat de huidige norm van 0,1 microgram PFAS per kilo grond wordt verruimd, zonder dat de gezondheid of het milieu in gevaar komt. Uiterlijk 1 december moet daar duidelijkheid over komen, heeft Van Veldhoven gezegd.

STER reclame