NOS Nieuws Buitenland

Braziliaanse brandweer traint militairen voor Amazonebranden

Pietro Varoli

Er hangt een scherpe rooklucht in Rio Branco, de hoofdstad van de deelstaat Acre in het Braziliaanse Amazonegebied. Op veel plekken in en rond de stad woeden kleine brandjes. "Niets bijzonders", zegt luitenant Josadac van de brandweer. "Zo gaat het elk jaar rond deze tijd." Zodra het droge seizoen begint, krijgen hij en zijn mannen het druk. In de stad steken mensen afval in brand of branden de berm schoon. Daarbuiten branden boeren hun weiland 'schoon', of branden ze eerder gekapte stukken bos kaal.

Het resultaat: ontelbare branden. Volgens het Nationaal Instituut voor Ruimteonderzoek (INPE), een wetenschappelijk instituut van de overheid, waren er op zondag 1 september 320 brandhaarden in Acre. In augustus nam het aantal branden in de deelstaat ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar met bijna 200 procent toe. 2019 is hard op weg een van de actiefste brandseizoenen te worden van de afgelopen jaren.

Gouverneur Gladson Cameli van Acre riep anderhalve week geleden de noodtoestand uit in zijn staat. Na alle internationale aandacht voor de branden, zette president Bolsonaro troepen in om de branden te bestrijden.

Maar militairen zijn geen brandweermannen. Nog niet: want als het aan brandweer-instructeur Josadac ligt, komt daar snel verandering in. Hij ontvangt vandaag veertig militairen van het Vierde Bataljon Jungle Infanterie, gelegerd in Acre.

Correspondent Marc Bessems was bij hun training:

'Het hart van het bos is dood'

In totaal traint Josadac 120 militairen. "Deze jongens zijn fysiek in goede conditie, ze zijn uitstekend getraind. Ze hoeven alleen nog maar kennis te maken met misschien wel onze gevaarlijkste vijand, het vuur", zegt de luitenant.

De jonge militairen maken met machetes en schoffels een brandgang achter een dor stukje grasland op het terrein van de plaatselijke politie-academie. Onder het toeziend oog van instructeur Josadac oefenen ze met mobiele blusapparatuur. "We moeten regelmatig een kilometer of vijf lopen om bij de brand te komen", vertelt hij aan de militairen. In de bloedhete zon dragen ze om de beurt een grote, gele rugzak vol water. De handpomp van die rugzak is een van de belangrijkste blusinstrumenten in afgelegen gebieden.

Tot nu toe zijn er in Acre volgens luitenant Josadac nog niet veel grote bosbranden geweest, op geïsoleerde plekken. "Het is lastig om snel bij dat soort branden te komen", zegt hij. "Onze wagens zijn zwaar en langzaam, zeker op onverharde wegen. Vaak kunnen we niet tot bij de brand komen en moeten we lopen. Deze militairen kunnen ons dan uitstekend helpen."

'Alles is dood'

Bereikbaarheid is niet het enige probleem. Op anderhalf uur rijden van de hoofdstad heeft de 80-jarige meneer Isaka een stukje grond. Hij en zijn familie zijn Huni Kuin, een inheems volk. Een jaar geleden kochten ze hun lapje grond om er een soort cultureel centrum te bouwen, een plek waar de Huni Kuin volgens tradities kunnen leven. Belangrijk onderdeel was het bosje op hun terrein. Isaka vond er geneeskrachtige planten, die gebruikt worden bij traditionele medicijnen. Maar vorige week brandde het af.

Verslagen staat de bejaarde indiaan bij een zwartgeblakerde boom. "Alles is dood", verzucht hij in gebroken Portugees. "Deze boom beweegt nog, hij staat nog wel overeind. Maar op een dag valt hij. Hij is dood, want het hart van de boom, van het bos, is dood. Binnenkort valt alles om."

De Huni Kuin deden aangifte van brandstichting. "Dat bos brandt niet vanzelf", zegt Isaka. "Wie het gedaan heeft, of waarom, dat weten we niet." Op zijn slippers slentert hij over de fijne laag houtskool achter zijn woning. Zijn lapje grond ligt aan een onverharde weg, maar er is geen internet of telefonisch bereik. "Toen de brandweer eindelijk kwam, was het vuur al uit. Alles was verbrand." Het was volgens de buren de derde keer in een paar jaar tijd dat het gebied door de vlammen werd opgeslokt.

Voorzichtige opluchting

Luitenant Josadac kent de klachten. Zijn mannen doen hun best, maar in het droge seizoen zijn er gewoon heel veel branden. "Toevallig heeft het een paar dagen geleden een beetje geregend. Daarom is het nu even rustig. Gisteren hadden we niet één melding", zegt hij opgelucht. "Maar de ervaring leert: na een dag of twee zonder neerslag begint het weer opnieuw."

September is traditioneel gezien de maand met de meeste branden, met als dieptepunt Onafhankelijkheidsdag, op 7 september. De kans is dus groot dat luitenant Josadac en zijn mannen het de komende dagen nog druk gaan krijgen.

STER reclame