NOS
NOS Nieuws Buitenland

Vijf jaar na de slachtpartij in Kocho, willen jezidi's absoluut niet terug

In het Iraakse dorp Kocho krijgen vermoorde jezidi's nieuwe graven. Bijna iedereen in het dorp werd vijf jaar geleden, op 15 augustus 2014, door IS vermoord of tot seksslaaf of IS-strijder gemaakt.

Die vele honderden doden lagen tot kort voor nog in massagraven. Nu worden die opengemaakt en krijgen de doden een herbegrafenis. Daardoor wordt steeds duidelijker hoeveel jezidi's slachtoffer zijn geworden toen IS vijf jaar geleden bezit nam van de regio Sinjar.

Tegen correspondent Marcel van der Steen zegt een huilend meisje: "We hebben onze vrienden en familie verloren, zoals mijn broer. Hoe kunnen we daar wonen zonder hen?"

'Hoe kunnen we in ons oude huis leven zonder onze familie?'

Kocho was in 2014 het laatste jezidi-dorp in de regio dat eraan moest geloven. Twee weken eerder was IS begonnen met een massale aanval op de jezidi's. Op 3 augustus vermoordden de terroristen in een klap 2000 burgers die waren gevlucht naar een berg. Nog eens 6000 werden ontvoerd of tot slaaf gemaakt.

Binnen 72 uur waren alle dorpen met jezidi's leeg, behalve Kocho. Het duurde tot 15 augustus tot ook daar de bevolking uitgemoord, ontvoerd of verdreven werd.

Bijeengedreven in dorpsschool

Op die bewuste dag werden werden alle inwoners van Kocho, zo'n 1200 mensen, gedwongen om plaats te nemen in de dorpsschool. Daar werden families van elkaar gescheiden. Vrouwen en jonge kinderen moesten naar boven, mannen en wat oudere jongens moesten beneden blijven. Die laatsten werden vervolgens in groepjes mee naar buiten genomen en doodgeschoten. Zeker 400 mannen en jongens vonden die dag de dood.

Ongetrouwde meisjes tussen de 13 en 16 werden meegenomen en tot seksslaaf gemaakt. Jongens ouder dan zeven jaar, werden ook meegenomen en in trainingskampen van IS opgeleid tot strijders.

Vijf jaar later is de school dicht en woont er nog steeds bijna niemand in het dorp. De jezidi's die de slachtpartij overleefden wonen nog veelal in vluchtelingenkampen, ruim 100 kilometer op. Hoewel de VN, met de Nederlandse oud-minister van Defensie Hennis als vertegenwoordiger, huizen opknapt en teruggekeerde bewoners voorziet van eigendomsbewijzen, wil het gros van de overlevenden niet terug.

Maar het vertrouwen van de jezidi's is weg. Het leger en Koerdische strijders lieten hen vijf jaar geleden in de steek, waarom zou dat nu anders zijn, vragen ze zich af. De angst voor IS is nog springlevend. "Er bevindt zich een IS-cel in de bergen," zegt een man tegen Van der Steen. Volgens Hennis is de angst terecht. "IS is nog hartstikke wakker, de strijd is nog zeker niet voorbij."

STER reclame