AFP

Bijna-botsing met drone: 'Piloten krijgen vlekken in hun nek van het woord 'drone''

tijd van publicatie

"Ik zie wel vaker een drone, maar nooit eerder zo'n grote als gisteren." Helidek-beheerder Paul Esveldt van het Medisch Spectrum Twente (MST) kon de drone die gisteravond bijna in botsing kwam met een traumahelikopter al op 350 meter afstand goed zien. "De piloot van de helikopter had de landing al ingezet, toen hij plots moest uitwijken. Hij reageerde heel alert."

De politie heeft de bestuurder van de drone van gisteren nog niet weten te traceren. Er werd gisteren wel iemand als verdachte aangemerkt, maar uit de data van zijn drone bleek dat het toestel op het moment van de bijna-botsing niet in de lucht was.

Vorig jaar trok Esveldt in de Twentse krant Tubantia nog aan de bel over het risico van dronevliegen boven Enschede, waar het MST gevestigd is. "Het kan slecht aflopen als een piloot de drone niet ziet. Een helikopter kaatst een drone niet bepaald terug." Als het apparaat de rotorbladen van een helikopter raakt, kan dat catastrofale gevolgen hebben, zegt hij.

Helikopterpiloten krijgen vlekken in hun nek zodra het woord 'drone' valt.

Chantal Westerhoff, politie Oost-Nederland

"We hebben ongelooflijk veel tips binnengekregen", vertelt Chantal Westerhoff van de politie in Oost-Nederland. "Ook van mensen die zeggen dat ze regelmatig drones zien in het centrum van Enschede, terwijl dat verboden is." In heel Nederland zijn er no-flyzones waar drones niet mogen vliegen, bijvoorbeeld omdat er een luchthaven in de buurt is of een landingsplek voor helikopters.

"Van collega's hoor ik dat helikopterpiloten vlekken in hun nek krijgen zodra het woord 'drone' valt", vervolgt Westerhoff. "Drones in een no-flygebied lijken schering en inslag."

Ongewenst

Navraag bij de landelijke eenheid van de politie leert dat er dit jaar tot nu toe al meer dan 500 meldingen zijn binnengekomen over "ongewenste drones" in de lucht. Ter vergelijking: in de eerste elf maanden van 2017 waren dat er 133, maar toen werden dronemeldingen nog niet centraal geregistreerd. "Waarschijnlijk waren het er toen dus ook wel meer", aldus woordvoerder Dennis Janus.

Wel wijst hij erop dat niet elke dronebeweging een overtreding is. "Op sommige plekken mag je gewoon vliegen. Er zijn dit jaar tot nu toe 24 processen-verbaal opgemaakt over drones. Daarbij gaat het dus wél om overtredingen."

Op deze kaart zie je waar je wel en niet mag vliegen met je drone:

Kadaster, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Als een drone vliegt op plekken waar dat niet mag, blijkt het overigens verrekte lastig om de bestuurder op te sporen, vertelt Janus. "Een drone vliegt gemiddeld tussen de vijf en tien minuten. In die korte tijd moet je de drone waarnemen én de bestuurder aantreffen. Terwijl je sommige drones van honderden meters afstand kunt besturen."

Chantal Westerhoff van de politie in Oost-Nederland voegt toe dat je soms wel de eigenaar van een drone kunt traceren, maar dat die gemakkelijk kan zeggen dat hij niet de bestuurder was op het moment van de overtreding. "Alleen als ze bijvoorbeeld eerst zichzelf hebben gefilmd met de drone, kun je dat bewijzen."

Hoe moeilijk het is om bestuurders van drones op te sporen, blijkt wel uit de 'Gatwick-gate'. Bij de Londense luchthaven werd in december vorig jaar een droneaanval uitgevoerd, maar de Britse politie heeft nog altijd geen verdachte aangehouden.

Traumahelikopters

Ook in Nederland zijn er wel eens incidenten met drones bij luchthavens. Bij traumahelikopters gebeurt dat enkele keren per jaar, vertelt Petra van Saaze, directeur van ANWB Medical Air Assistance (MAA). De ANWB MAA voert de vliegoperaties uit van de vier traumahelikopters in Nederland. "Afgelopen jaar zetten we de helikopters zo'n 9600 keer in. Het aantal keren dat we een drone tegenkwamen, lag onder de 10. Gelukkig valt dat dus mee."

Mensen zijn geneigd om sensatie op te zoeken, door met hun drone te kijken wat er gebeurd is.

Petra van Saaze, ANWB Medical Air Assistance

Maar Van Saaze benadrukt dat iedere belemmering door een drone er een te veel is. "Als een drone door de voorruit van een helikopter gaat, kan die in het ergste geval neerstorten. Mensen zijn geneigd om sensatie op te zoeken, bijvoorbeeld door met een drone te gaan kijken wat er bij een ongeval precies is gebeurd."

Als voorbeeld noemt Van Saaze een situatie waarbij de traumahelikopter eerst rondjes moest vliegen, omdat er een drone in de weg vloog bij de landingsplaats. "De politie moest eerst zorgen dat die drone wegging."

Helidek-beheerder Paul Esveldt ziet vanaf het landingsplatform van het Medisch Spectrum Twente ongeveer twee keer per jaar een drone in de buurt van het ziekenhuis vliegen. Dat lijkt niet bepaald schering en inslag. "Maar wij staan niet altijd op het dek natuurlijk", zegt hij daar zelf over. "En ik zie ze niet alleen bij het ziekenhuis. In mijn eigen straat zie ik de drones ook wel eens vliegen."

STER Reclame