In de Verenigde Staten is de uitvinder van superlijm overleden. Harry Coover ontdekte het plakkerige goedje, cyanoacrylaat, per ongeluk.

In de Tweede Wereldoorlog werkte Coover aan geweervizieren van doorzichtig plastic. Bij experimenten met acrylaten plakte een substantie tot zijn grote frustratie overal aan vast.

Straf

Coover vergat het spul totdat hij in 1951 werkte in een laboratorium van Eastman Kodak, de fotogigant. Een collega smeerde verschillende materialen op lenzen om een temperatuurvaste coating te vinden voor cockpits. Ook cyanoacrylaat werd geprobeerd, wat de lenzen onherroepelijk aan elkaar vastlijmde.

Hoewel Coover straf vreesde voor het beschadigen van de dure lenzen, zag het bedrijf potentie. In 1958 kwam superlijm op de markt.

Live

Kort na de introductie demonstreerde Coover zijn uitvinding live op televisie. Hij lijmde ter plekke een metalen staaf vast, waarna hij daarop plaatsnam, gevolgd door de presentator. "En dit was een rechtstreekse uitzending", herinnert zijn dochter. "Maar het lukte."

Coover bleef uitvinden voor Kodak en had uiteindelijk 460 patenten op zijn naam staan. Rijk werd Coover er niet van, superlijm werd pas echt populair toen zijn patent al was vervallen.

Eer

Wel zag hij het als een grote eer dat zijn uitvinding tijdens de Vietnamoorlog werd gebruikt door artsen in het veld. Doktoren gebruikten spuitbussen met de lijm om bloedingen te stoppen.

President Obama gaf hem vorig jaar nog een hoge onderscheiding voor zijn uitvinding. Harry Coover is 94 jaar geworden.

STER reclame