Beeld uit het Koerdische gevangenkamp waar Melis A. een tijdje zou hebben gezeten NOS

Rotterdamse Syriëganger Melis A. hoeft niet terug de cel in

time icon Aangepast

Syriëganger Melis A. is door de rechtbank in Rotterdam veroordeeld tot 18 maanden cel, waarvan 12 voorwaardelijk. Ze is schuldig bevonden aan deelname aan Islamitische Staat, omdat ze naar het Midden-Oosten reisde voor haar echtgenoot, die voor IS vocht. Omdat A. al zes maanden in voorarrest heeft gezeten, hoeft ze niet terug de cel in.

De 23-jarige A. werd in juli vorig jaar aangehouden op Schiphol, nadat ze twee jaar in IS-gebied in Syrië was geweest. Ze kwam samen met haar baby van enkele maanden met het vliegtuig vanuit Irak.

Ze had in het Midden-Oosten haar man uit Den Haag opgezocht. Haar kind kwam ter wereld in IS-gebied. Volgens de rechter had ze samen met haar echtgenoot daar wapens in huis liggen en nam ze geld aan van IS.

Geen bewijs voor meevechten

De straf valt lager uit dan de 2,5 jaar cel die het Openbaar Ministerie had geëist, omdat de rechtbank niet bewezen acht dat de vrouw naar Syrië reisde om zelf mee te vechten of samen met andere terroristische misdrijven voor te bereiden. In het vonnis is meegenomen dat ze naar Syrië ging omdat ze bij haar echtgenoot wilde zijn en de zorg heeft voor een jong kind.

Om te voorkomen dat ze in herhaling valt wordt ze drie jaar onder toezicht van reclassering gesteld.

Haar advocaat Taner Sen zegt dat hij kan leven met de uitspraak. "Ze heeft al vastgezeten in een gevangenkamp in Syrië en in een gevangenis in Irak en heeft het daar heel zwaar gehad. Ze houdt zich nu aan alle voorwaarden en draagt de zorg voor haar kind, dus het is goed dat ze niet terug de cel in hoeft."

Vader haalde haar uit Syrië

Melis A. werd in Turkije geboren en reisde in 2016 naar Syrië. Toen haar het kalifaat instortte en haar man bij een bombardement was omgekomen, wilde ze terug naar Nederland. Haar vader probeerde haar en haar kind met hulp van mensensmokkelaars terug te krijgen, maar dat mislukte. A. belandde met haar baby in een Koerdisch gevangenkamp in Noord-Syrië.

Uiteindelijk lukte het haar vader om haar uit het Midden-Oosten weg te krijgen. Na haar aanhouding zat ze een tijd vast op de terroristenafdeling in Vught. Sinds januari mocht ze de rechtszaak tegen haar in vrijheid afwachten.

STER Reclame