Hugo de Groot Amsterdam Museum

'De 19e eeuw keek anders naar Hollandse helden dan wij met onze kritische blik'

tijd van publicatie
Geschreven door
Lambert Teuwissen
redacteur Online

Hier staat Hugo de Groot klaar om in de boekenkist te stappen, daar vliegt Van Speyk de lucht in. Even verderop ziet Johan de Witt zijn moordenaars binnenvallen en ergens loopt ook nog de Zilvervloot binnen. Een veertigtal olieverfschetsen met grote momenten uit de vaderlandse geschiedenis zijn de komende maanden te zien bij het Delftse Museum Paul Tetar van Elven.

Ze maken onderdeel uit van de uitgebreide Historische Galerij die de Amsterdamse kunstliefhebber Jacob de Vos halverwege de 19e eeuw liet aanleggen. Tussen 1850 en 1863 liet hij 262 kunstwerken maken, door schilders als Nicolaas Pieneman, Jozef Israëls, Laurens Alma Tadema en Paul Tetar van Elven, in wiens voormalige woonhuis ze nu te zien zijn.

Kitscherig melodrama

De verzameling was bedoeld om heldhaftige gebeurtenissen uit Neerlands roemrijke verleden te tonen, maar werd later als kitscherig melodrama naar het depot verbannen. Nu wordt het gebruikt om de veranderende blik op de geschiedenis te illustreren.

"Wij kijken terug naar hoe er in de 19e eeuw werd teruggekeken naar de 17e eeuw", legt directeur Alexandra Oostdijk uit. "De Gouden Eeuw was bij uitstek de periode om Nederland te verheerlijken en het koningshuis te legitimeren. In de 19e eeuw keken ze heel anders naar de helden van vroeger dan wij met onze kritische blik."

Blader hieronder door de historische taferelen:

Nederland was nog maar een jong koninkrijk destijds, nog geen halve eeuw oud en nauwelijks bekomen van het verlies van België. De Vos wilde "door veraanschouwelijking de belangstelling levendig houden in de roemrijke, evenals leerrijke ontwikkeling van het Nederlandsche volk", zo verwoordde hij het zelf.

"De geschiedenis werd destijds ingezet om het profiel van het vaderland scherper neer te zetten", zegt historicus Marita Mathijsen, gespecialiseerd in deze periode. "Het werd gebruikt om structuur aan te brengen in een maatschappij die door de Franse Revolutie heel sterk veranderd was. Het was nodig om een ankerpunt in het verleden te hebben."

Praten als Brugman

In het tuinpaviljoen van De Vos kon het publiek zich spiegelen aan de nuchterheid van de Cananefaten die alhier de Romeinse keizer Caligula uitlachten om zijn strijd tegen de zee, of de opofferingsgezindheid van Jan van Schaffelaar die op het punt staat van de toren te springen. Ze ontdekten dat Kinderdijk was vernoemd naar het wiegje dat er aanspoelde na de Sint-Elisabethsvloed en zagen Brugman praten als zijn spreekwoordelijke zelf.

Oostdijk: "De Vos wilde echt duidelijk maken dat al die dingen - de strijd, de stervende helden, de veldslagen, de onenigheid - uiteindelijk tot een krachtige staat hadden geleid. Nederland moest in een goed daglicht worden gesteld."

Het beeld was: wij zijn de goede mensen die vooral rijkdom en westerse ideeën komen brengen.

Directeur Alexandra Oostdijk

Helaas voor De Vos veranderde onze blik op de geschiedenis. Alle aandacht voor dramatische scharnierpunten en individuele helden maakte plaats voor studie naar de achterliggende processen. Het beeld was te geromantiseerd en ook eenzijdig: vrouwen zijn nauwelijks afgebeeld, de Gouden Eeuw is voornamelijk een Hollandse aangelegenheid, slavenhandel is zo goed als afwezig en aandacht voor wantoestanden in Nederlands-Indië is er niet.

"Het beeld was: wij zijn de goede mensen die vooral rijkdom en westerse ideeën komen brengen", vat Oostdijk het samen.

Historieschilderkunst was al op zijn retour in die tijd. Door het naturisme en realisme begon men juist meer oog te krijgen voor de eigen tijd en gewone mensen, geschilderd zonder dit theatrale pathos. "De collectie is al heel snel in ongenade geraakt. Het werd als oubollig gezien, te gladjes", schetst Oostdijk.

De collectie verdween daarom begin vorige eeuw uit beeld. Individuele stukken worden nog wel tentoongesteld, maar de laatste grote expositie over de galerij was in 1991.

Toch jammer, meent Mathijsen. "Het is geen kitsch. Je moet je ervoor openstellen, maar dat is met alle kunst zo."

"De 19e eeuwse stijl is soms wat truttig, maar er zitten heel mooie schilderijen tussen", benadrukt ook Oostdijk. "Sommige zijn heel grappig. Bij het schilderij over de tulpenwindhandel moet je heel goed kijken wat er allemaal gebeurt. Het is een echt kijkplaatje."

De schilderijen kunnen zelfs hun oorspronkelijke, educatieve rol nog vervullen, meent Mathijsen. "Een held die van een toren springt, is interessanter dan iemand aan een onderhandelingstafel." Kijkers raken nieuwsgierig hoe de valse eed van Swob Sjaarda berucht werd of waarom admiraal Tromp buskruit aan de vijand leverde. "Ik kan me voorstellen dat als je dit zo ziet, je ook meer wil weten over die geschiedenis."

STER Reclame