Gescheurde spijkerjasjes en kapotte broeken moeten jongeren wijzen op de gevaren rondom het spoor. ProRail lanceerde gisteren een campagne, een 'kledinglijn', om spoorongelukken te voorkomen, maar de NS en vakbond FNV Spoor zijn er niet over te spreken. Ook machinist Ron Christiaanse vindt dat ProRail volledig de plank misslaat. "Ik heb vijf keer een aanrijding meegemaakt. Vanzelfsprekend zitten daar emoties aan vast, die komen nu vanzelf weer naar boven toe."

Christiaanse is boos, sinds hij gisteren de eerste beelden van de campagne heeft bekeken. "Je moet je voorstellen dat als ik bij een overweg langs rijd en iemand steekt nog snel over en redt dat niet, of struikelt bijvoorbeeld, dan duurt het vele honderden meters voordat ik stilsta. Dan krijg je een klap. Je krijgt dat geluid. Je krijgt een knoop in je maag."

Die knoop in zijn maag heeft Christiaanse nog steeds, vertelt hij in deze video:

'Wij hebben een heel ander beeld bij de gescheurde kleding'

En daarna wordt het nog erger. "Dan word je geconfronteerd met kledingstukken en misschien stoffelijke resten aan je trein", zegt Christiaanse. Gelukkig is het nazorgtraject van de NS wel goed geregeld, gaat hij verder. "Maar deze campagne heeft een belangrijke doelgroep vergeten: de machinisten, de conducteurs, de hulpverleners en het belangrijkst: de nabestaanden. Die hebben een heel ander beeld bij deze kleding."

Daarnaast is het de vraag of de jongeren deze kleding met ongelukken associëren, zegt hij. "Je kan gescheurde kleding kopen in elke kledingwinkel."

Confronterend

Christiaanse vraagt zich ook af of de bewustwording alleen op "deze confronterende" manier kan. Hij denkt van niet. "Er zijn voldoende alternatieven om mensen te bereiken. Denk aan campagnes, slogans, gesprekken. Betrek de mensen erbij, maak jongeren overwegwijs of treinwijs."

Zijn telefoon heeft sinds de lancering van de campagne niet meer stilgestaan. "Mensen zijn woest. Medewerkers op het spoor zijn woest. Er komen gevoelens terug, die hadden allemaal een veilig plekje."

STER reclame